Stichting voor Christelijke Filosofie

Blog

PERSBERICHT:
8 mei 2017

Prof. dr. Govert Buijs bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie in Rotterdam

 

Prof. dr. Govert Buijs wordt per 1 september 2017 benoemd tot bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het perspectief van de leerstoel verrijkt het onderwijs en onderzoek aan de faculteit, in het bijzonder op het terrein van de praktische filosofie en de wijsgerige reflectie op grote maatschappelijke thema’s. De leerstoel is ingesteld door Stichting voor Christelijke Filosofie.

 

Leerstoel

De leerstoel past goed bij de oriëntatie van de Faculteit der Wijsbegeerte. Binnen de opleidingen van de faculteit worden de vraagstukken die de christelijke filosofie aan de orde stelt nadrukkelijk gethematiseerd, zoals de aard en grenzen van wetenschappelijke kennis alsmede allerlei maatschappelijke thema’s op het snijvlak van politiek, economie en moraal. De ervaring leert dat deze leerstoel voldoet aan een vraag binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam en zo ook studenten van andere faculteiten naar de Faculteit der Wijsbegeerte brengt. Op haar beurt vormt de Faculteit der Wijsbegeerte voor Stichting voor Christelijke Filosofie een voor de hand liggende discussiepartner en uitvalsbasis voor christelijke filosofie.

Buijs over zijn leerstoel in Rotterdam: ‘Binnen de diverse maatschappijwetenschappen zoals die in Rotterdam sterk vertegenwoordigd zijn, wordt momenteel afscheid genomen van heel beperkte mensbeelden die in de afgelopen decennia dominant waren. Thema’s als geluk, sociale preferenties en een breed welvaartsbegrip staan op de agenda en Rotterdam vervult hierin een voortrekkersrol. Het lijkt me erg boeiend om vanuit een levensbeschouwelijk perspectief met die ontwikkeling mee te denken.’

 

Christelijke filosofie

Centraal in de traditie van de christelijke filosofie, in het bijzonder de reformatorische wijsbegeerte, staat het gesprek met andersdenkenden. Dat betekent aan de ene kant vaak kritische analyse van de binnen wetenschappen en ook binnen allerlei maatschappelijke praktijken gehanteerde denkkaders, die nogal eens reductionistisch blijken te zijn. Aan de andere kant wordt er vanuit christelijke filosofie ook steeds in positieve zin gewerkt aan een rijkere, multidimensionale werkelijkheidsopvatting. Hierbij wordt volop gebruik gemaakt van en de uitwisseling gezocht met resultaten van de diverse vakwetenschappen. Zo zijn belangrijke bijdragen geleverd op het terrein van de rechts- en staatstheorie, politieke en sociale theorie en de techniekfilosofie.

Dr. Sander Luitwieler, directeur van Stichting voor Christelijke Filosofie, is heel blij met deze benoeming: ‘Govert Buijs is gepokt en gemazeld in de christelijke filosofie. Het is een groot voorrecht om hem te mogen verwelkomen in de kring van onze hoogleraren. Zijn focus op politieke filosofie en religie sluit goed aan bij het profiel van de leerstoel dat zijn voorganger, prof. dr. Roel Kuiper, heeft opgebouwd. Daarnaast is hij bezig een belangwekkende onderzoeks- en onderwijsagenda te ontwikkelen op het snijvlak van moraal en economie, dat bij uitstek past bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.’

 

Loopbaan Govert Buijs

Govert Buijs (1964) studeerde politieke wetenschappen, filosofie en theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en het Institute for Christian Studies in Toronto (Canada). Hij promoveerde in 1998 cum laude aan de Faculteit der Wijsbegeerte, Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift Tussen God en duivel: Totalitarisme, politiek en transcendentie bij Eric Voegelin. Na zijn promotie vervulde hij verschillende functies als onderzoeker en docent. In 2011 werd Govert Buijs benoemd tot hoogleraar op de Kuyperleerstoel aan de Vrije Universiteit. In 2016 volgde zijn benoeming op de Goldschmeding Chair aan dezelfde universiteit. Zijn werkzaamheden in Rotterdam zal hij combineren met deze laatste leerstoel. Zijn belangstelling gaat uit naar de rol van religie en moraal binnen politiek en economie.

Prof. dr. Govert Buijs (1964). Foto: Marjoleine Klarenbeek

Shalom

4 studiemiddagen met Nicholas Wolterstorff over filosofie, politiek, onderwijs en geloof

 

De Amerikaanse filosoof Nicholas Wolterstorff (1932) is één van de meest bekende en toonaangevende christenfilosofen van dit moment. In Nederland maakten we in de jaren negentig al kennis met zijn publicaties op het gebied van wetenschap en geloof. Zijn recentere zoektocht naar een christelijke visie op thema’s als rechtvaardigheid, onderwijs en liturgie is in Nederland veel minder bekend. Dat is jammer, want zijn denken op die praktische terreinen blijkt minstens zo betekenisvol en intellectueel uitdagend te zijn als zijn meer theoretische werk.

 

Boekenreeks

Binnenkort verschijnt in de boekenreeks (‘Verantwoordingsreeks’) van de Stichting voor Christelijke Filosofie de bundel Denken om shalom. Hierin staat de actualiteit van Wolterstorffs praktische filosofie centraal. Ter gelegenheid van de presentatie van deze bundel komt de 85-jarige filosoof begin juni naar Nederland om ons in vier studiemiddagen te inspireren tot het begrijpen, doordenken en toepassen van zijn gedachtegoed.

 

Samen met AKZ+ Weetwatjegelooft.nl organiseren we vier studiemiddagen met als thema ‘Shalom’. U  bent van harte uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn!

 

6 juni 2017 – Amsterdam

Shalom voor Nederland       Wolterstorffs betekenis voor christelijke filosofie

Programma en aanmelding: www.weetwatjegelooft.nl/shalom1

 

7 juni 2017 – Den Haag

Rechtvaardigheid en vrede  Wolterstorffs betekenis voor christelijke politiek

Programma en aanmelding: www.weetwatjegelooft.nl/shalom2

 

8 juni 2017 – Ede

Shalom in het onderwijs      Wolterstorffs betekenis voor christelijk onderwijs 

Programma en aanmelding: www.weetwatjegelooft.nl/shalom3

 

9 juni 2017 – Kampen

Vrede zij u                             Wolterstorffs betekenis voor christelijk geloof

Programma en aanmelding: www.weetwatjegelooft.nl/shalom4

 

De voertaal is Engels.

Verslag workshop ‘Is er meer tussen werken en uitrusten’ op 5 april 2017

(door Ries Haverkamp)

 

In het kader van de Maand van de Filosofie organiseerde de Stichting voor Christelijke Filosofie samen met Veritas Forum op 5 april de workshop ‘Is er meer tussen werken en uitrusten’. De avond stond onder leiding van filosoof Robert van Putten en vond plaats in de sociëteit van de N.S.U. De opkomst was groot en divers; naast studenten waren er ook een aantal geïnteresseerde werkenden. Vanuit een christelijk (filosofisch) perspectief werden er op interactieve wijze antwoorden gezocht op twee hoofdvragen: waarom moeten we (nadenken over) rusten? En wat ís goed rusten eigenlijk?

 

Vermoeide samenleving

Op de vraag waarom je zou moeten rusten, kwamen vooral ‘positieve’ reacties uit het publiek: o.a. ‘het is lekker en prettig’, ‘het helpt je om zelf de baas te blijven, niet geleefd te worden’, ‘het helpt om dingen te verwerken’ en ‘het draagt bij aan het in perspectief plaatsen van dingen’. Toegelicht met voorbeelden uit eigen ervaring voegde Van Putten hier een andere invalshoek aan toe: het gaat niet goed met ons. We leven in een vermoeide, stressvolle en hyperactieve prestatiemaatschappij zonder remmen, waarin inmiddels 1:7 volwassenen te maken krijgt met een burn-out. Er staat iets op het spel, dáárom moeten we erover nadenken. Van Putten koppelde dit aan de Bijbelse notie van rentmeesterschap; het goed beheren en onderhouden van Gods schepping kun je ook betrekken op jezelf. En daar is rust voor nodig.

 

Oorzaken

Maar hoe komen we zo vermoeid? De prestatiemaatschappij werd plenair verkend aan de hand van de documentaire ‘De BV IK’ (VPRO, 2010) over ‘opgejaagde’ jongeren met veel ambitie en prestatiedruk die ongegeneerd carrière maken als belangrijkste doel lijken te hebben. Aansluitend reflecteerde Van Putten op de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Ten eerste typeert Van Putten het maatschappelijk systeem dat in de loop van de tijd is ontstaan als een prestatiemaatschappij, waarin men ‘loon naar werken’ krijgt en maatschappelijke status en identiteit worden verkregen op basis van prestaties. De druk om steeds beter te presteren in een dergelijke samenleving is groot. Bovendien is de maatschappij niet alleen gericht op prestaties, maar ook ‘interactief’: we willen actief betrokken zijn bij alles wat om ons heen gebeurt. Verder merkt Van Putten op dat er een omkering in waarden heeft plaatsgevonden. In de klassieke oudheid en het middeleeuwse christendom was rust de basis van de cultuur en het ‘contemplatieve leven’ het hoogste doel (‘vita contemplativa’). In de huidige tijd is deze rust verdrongen en is arbeid het hoogste doel geworden (‘vita activa’).

 

Goed rusten

Ook de vraag ‘wat is rust eigenlijk?’ leverde uiteenlopende reacties uit de zaal op: o.a. ‘mentale ontspanning’, ‘loskomen van verplichtingen’, ‘stom werk doen waar je niet bij na hoeft te denken’ en ‘aanpassing van het tempo voor meer bewuste aandacht’. Inmiddels lijkt de wal het schip te keren. Er komt steeds meer aandacht voor rust in de samenleving. Maar na

Is dit goede rust?

Is er meer tussen werken en uitrusten?

drie weken vakantie weer uitgerust en opgeladen aan het werk gaan – is dat rust? Van Putten stelt dat er over het algemeen erg oppervlakkig en instrumenteel over rust wordt gedacht. Rust wordt veelal gezien als een noodzakelijke tool om uit te rusten om verv

olgens weer door te kunnen gaan met ‘zelfontplooiing’. Maar is rusten niet veel meer dan uitrusten? Heeft het geen intrinsieke waarde? Voor deze vragen ging Van Putten (o.a.)  te rade bij de katholieke filosoof Joseph Pieper (1904-1997).

 

Christelijk perspectief

Pieper signaleerde de genoemde prestatiemaatschappij, waarin menselijkheid wordt gereduceerd tot productiviteit. Volgens Pieper verdringt het verlies van rust een dimensie van ons mens-zijn die fundamenteel is voor ons bestaan. Niet alleen om op adem te komen, maar ook intrinsiek: een innerlijke levenshouding en mentaliteit. Voor Pieper heeft rust te maken met het omarmen van het leven, met feestelijkheid, het vieren van het leven, waarbij jezelf ‘opladen’ geen doel op zich is, maar hooguit een bijeffect. Van Putten vervolgde dat als we dit willen leren we moeten kijken naar de (christelijke) religie, omdat rust en religie intrinsiek met elkaar zijn verbonden. De christelijke gemeente bijvoorbeeld, begint de week met het vieren van de opstandingsdag van Christus. Daarmee is de zondag niet primair een fysiek oplaadmoment, maar een gelegenheid om intrinsiek rust en vrijheid te vieren, in dienst aan God. Van Putten besloot dat het vinden van rust (op deze manier) niet maakbaar is en niet vanzelf gaat. Het vergt discipline en levenskunst, waarbij de ontkoppeling van identiteit en prestatie de sleutel is.

 

Onder het genot van een biertje werd na afloop informeel met elkaar doorgepraat. Het was een inspirerende avond, onder leiding van een enthousiaste spreker met kennis van zaken.

College wm0262tu/wm0348tu Cultuurfilosofie II

Geloof en wetenschap: een goede verstand-houding

Er wordt nogal eens gesuggereerd dat geloof en wetenschap niet goed samengaan. Het bestaan van God is niet wetenschappelijk te bewijzen en geloof is een vooringenomenheid die je eigenlijk ongeschikt maakt voor wetenschap. Maar klopt dat eigenlijk wel? Is de overtuiging dat er niets bovennatuurlijks bestaat (dus ook geen God) wel een consistente positie? Alvin Plantinga is een bekende christen-filosoof, die op die vragen een interessant antwoord geeft. Hij toont aan dat het naturalisme – dat is die overtuiging dat er niets bovennatuurlijks bestaat – als een slang in zijn eigen staart bijt. Allerlei ogenschijnlijke conflicten tussen geloof en wetenschap hangen samen met naturalisme en de onhoudbaarheid daarvan is dus volgens Plantinga een antwoord op de claim dat geloof en wetenschap verstandelijk niet samengaan.

Plantinga heeft dat filosofisch heel systematisch uitgespreven in zijn boek ‘Where the conflict really lies. Science, religion and naturalism’. Van dat boek is ook een Nederlandse vertaling uitgekomen onder de titel ‘Het echte conflict. Wetenschap, religie en naturalisme’. Dit jaar bespreken we in het college wm0362tu dat boek. Je kunt zelf kiezen of je voor de Nederlandse of de Engelse versie kiest. Als je het vak wilt doen voor je master (onder de vakcode wm0348tu) moet je wel de Engelstalige versie lezen omdat Masteronderwijs in het Engels moet zijn. Iedereen wordt verzocht het boek zelf aan te schaffen (dat kan via Bolcom of Amazon). De prijs ligt rond de 20 Euro.

Opgeven is mogelijk via Blackboard.

Tijd: 2e semester 2016/2017, woensdagen 15.30-17.30 uur

Zaal: TBM Instructiezaal G

Docent: m.j.devries@tudelft.nl).


De jaarlijkse studieconferentie van zaterdag 14 januari 2017 stond in het teken van de godsbewijzen, een onderwerp dat gezien de grote opkomst op veel belangstelling kon rekenen. Ditmaal waren er, in vergelijking met voorgaande jaren, opvallend veel vrouwen en jongeren onder de deelnemers. Samen met de inhoud van de conferentie maakt deze opkomst dat we terugkijken op een zeer geslaagde conferentie. Een mooie opsteker voor de nieuwe directeur Sander Luitwieler en zijn team van medewerkers. Zie ook het artikel in het Reformatorisch Dagblad: Studiedag christelijke filosofie

 

 

      

De hoofdlezing ‘De God van de filosofen’ werd gegeven door dr. ir. Jeroen de Ridder, naar aanleiding van het boek En dus bestaat God, dat hij schreef met dr. ir. Emanuel Rutten. In de lezing verdedigde hij het bredere project waarbinnen dit boek verscheen, namelijk een poging om via de analytisch-filosofische methode argumenten te geven voor het bestaan van God. Hij pleitte voor een plek voor deze methode binnen het bredere keuzemenu van manieren om zinvol over God en zijn bestaan te spreken. Kenmerkend voor deze methode is, zoals de naam al zegt, de conceptuele analyse, precisie, logica en het vermijden van metaforen en beeldspraak. Daarbij kent deze methode haar grenzen en zijn haar ambities beperkt, aldus De Ridder. De argumenten geven immers geen dwingende bewijzen en claimen geen harde afleidingen. Bovendien zijn er meerdere manieren om zinvol over God te spreken en hoeft deze stijl niet ieders smaak te zijn. De slotvraag van De Ridder was wat er op tegen kon zijn om ook op deze wijze een bijdrage te leveren aan de beantwoording van de Godsvraag en daarmee verder te gaan in het spoor van denkers als Anselmus en Thomas van Aquino.

 

In het co-referaat, gehouden door prof. dr. Marcel Sarot, die eerder al een kritische recensie aan het boek had gewijd (Radix, 2016, no. 1), gaf Sarot aan het nut van de filosofie niet te ontkennen, ook niet in relatie tot de Godsvraag. Toch had hij ernstige bezwaren tegen deze vorm van filosoferen, omdat deze haar uitgangspunten vindt in het neoscholastieke funderingsdenken, een manier van denken die juist een radicale breuk vormt met hoe er in de kerkgeschiedenis werd omgegaan met godsbewijzen en bovendien een denken dat de afgelopen decennia  problematisch is gebleken. Sarot verweet het de auteurs dat zij menen bij de katholieken op dezelfde boot te stappen, terwijl die boot niet heeft stilgelegen, maar is doorgevaren en de neoscholastiek achter zich heeft gelaten.
Inhoudelijk spitste de kritiek van Sarot zich toe op twee aspecten, namelijk de analytische methode (en haar basis in het funderingsdenken) en de wijze waarop we over Gods bestaan kunnen spreken. Volgens Sarot is ons spreken, bij uitstek als het gaat om God, altijd metaforisch. Het bestaan van God is een ander soort bestaan dan dat wij als mensen kennen binnen onze verstaanshorizon van tijd en ruimte. Spreken we toch op deze wetenschappelijke wijze over het bestaan van God, dan rekken we ons begrip van bestaan op, buiten de grenzen van onze mogelijkheden.
Bij religie werkt de analytische methode niet, volgens Sarot. In dit kader haalde hij zijn leermeester Brummer aan, die al stelde dat geloven meer vergelijkbaar is met een liefdesrelatie. Je weet dat de liefde er is, het is zelfs zeer bepalend voor je leven, maar je kunt deze nergens empiristisch vastleggen. Sarot waarschuwde ervoor het verlichtingsframe van de analytische filosofie te accepteren, omdat je dan (hoe sympathiek het ook lijkt) meegaat in het taalspel van mensen als Dawkins en Philipse, terwijl dat taalspel niet deugt. ‘Zo moet je niet over geloof willen spreken,’ aldus Sarot. Is het dan volstrekt zinloos om over God te argumenteren? Het is wel zinvol, stelde Sarot, maar de onderneming is nooit los verkrijgbaar van godsbeelden. Het christelijk geloof mag verdedigd worden, maar je mag er daarmee geen karikatuur van maken, zoals de analytische filosofie dat doet.

In de levendige discussie die volgde, mede op basis van vragen uit de zaal, spitste het gesprek zich toe op de definitie van het woord ‘bestaan’, de (on)mogelijkheid om neutraal te argumenteren zonder samenhang met godsleer en -beelden en op de (on)vermijdelijkheid van metaforisch spreken.

 

Na de lunch volgden twee workshoprondes, waarbij de deelnemers de keus hadden tussen de volgende workshops:

  • Utopiedenken in de techniek (prof. dr. Marc de Vries).
  • Een christelijk perspectief op veiligheid (dr. Ronald van Steden)
  • Wat betekent het om te rusten? (Robert van Putten MSc MA)
  • Christelijk management (dr. Tom van den Belt)
  • Valse en ware transcendentie (prof. (em.) dr. Sander Griffioen)
  • De EU in de wereld: publieke gerechtigheid in internationaal perspectief (Trineke Palm MSc)
  • Concessie en confessie: Over compromissen en christelijke ethiek (dr. Patrick Overeem)
  • Duurzame veehouderij in de praktijk (Corné Rademaker MSc MA)

*

 

 

 

Filosoof dr. ir. Jeroen de Ridder (1978) is benoemd tot lid van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

 

Foto genomen door Daan van der Horst

Jeroen de Ridder, die hoofdspreker zal zijn op onze studieconferentie op 14 januari 2017, is universitair docent filosofie en senior onderzoeker bij het Abraham Kuyper Centrum aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de kennisleer (epistemologie), wetenschapsfilosofie en godsdienstfilosofie. Samen met dr. ir. Emanuel Rutten schreef hij En dus bestaat God. De beste argumenten (2015).

*

Momenteel doet Jeroen de Ridder met een Vidi-beurs van het NWO onderzoek naar hoe goed liberale democratieën zijn in het genereren en gebruiken van kennis. Verder leidt hij met prof. dr. René van Woudenberg en dr. Rik Peels een project over de epistemische verantwoordelijkheden van de universiteit. Een belangrijke vraag hierbij is hoe naast individuen ook groepen mensen intellectuele deugden kunnen hebben. Eerder werkte Jeroen de Ridder aan een project over de verabsolutering van wetenschappelijke kennis (‘sciëntisme’).

Geloven in God zonder bewijs.
De betekenis van Alvin Plantinga voor filosofie, theologie en kerk

Studiemiddag n.a.v. de publicatie van Alvin Plantinga’s “Kennis en Geloof” (Brevier 2016)
Alvin Plantinga

Alvin Plantinga. Een beroemde 83-jarige Amerikaanse filosoof met Friese wortels. Een apologeet die graag de dialoog met overtuigde atheïsten aangaat. Zijn altijd scherpzinnige gedachten over het bestaan van God, het probleem van het kwaad, de (on)redelijkheid van het geloof, schepping&evolutie, geloof&wetenschap en het atheïsme zijn zeer invloedrijk en worden door voor- en tegenstanders diep gerespecteerd.

Sprekers waren: drs. Bas Hengstmengel, dr. Guus Labooy, prof. dr. Alvin Plantinga (video-interview), dr. Jeroen de Ridder, drs. Cees-Jan Smits, dr. Dolf te Velde, dr. Piet de Vries en prof. dr. René van Woudenberg (interviewer).

P1120858_web

Bekende atheïsten zoals Herman Philipse moesten toegeven dat zij niet op konden tegen de argumenten van de Amerikaanse filosoof Alvin Plantinga. Plantinga voorzag de apologetiek –de verdediging van het geloof– van nieuwe inzichten. Hij gaf haar een nieuwe impuls.

Dat zei P. Rouwendal vrijdagmiddag op de studiedag in Kampen gewijd aan Plantinga’s boek ”Kennis en Geloof” (uitg. Brevier, Kampen). Zie het gehele RD-artikel

plantinga

Het christelijk geloof is redelijk te verantwoorden. Mensen hebben een ingeschapen Godsbesef dat door de Heilige Geest geactiveerd wordt. „Geloof is kennis, maar wel kennis van een speciale soort.”

De Amerikaanse christen-filosoof Alvin Plantinga (83) betoogt dat in zijn boek ”Kennis en geloof” (uitgeverij Brevier, Kampen), dat vrijdag het onderwerp is van een studiedag. (Lees het gehele RD-artikel)