Stichting voor Christelijke Filosofie

Nieuws

Boekpresentatie ‘Alleen God kan ons nog redden’

 

Afgelopen vrijdag werd het nieuwste boek in de Verantwoordingsreeks gepresenteerd in de Eerste Kamer in Den Haag. Onder ruime belangstelling van familie, vrienden, oud-collega’s en genodigden overhandigde Remco van Mulligen het boek waarin hij techniekfilosoof en politicus Egbert Schuurman centraal stelt.

*

Kranten

Ook de kranten hebben uitgebreid geschreven over de bijeenkomst rond dit boek:

Nederlands Dagblad, vrijdag 6 oktober, pagina 8:
https://www.nd.nl/nieuws/boeken/de-wereld-veranderde-sneller-dan-egbert-schuurman.2810373.lynkx 

Nederlands Dagblad, zaterdag 7 oktober, pagina 6:
https://www.nd.nl/nieuws/politiek/egbert-schuurman-wil-niemand-afschrijven.2811833.lynkx

*

Reformatorisch Dagblad, zaterdag 7 oktober, pagina 6:
Tegendraads christen in een seculier land (boekbespreking, geen link beschikbaar)

Reformatorisch Dagblad, zaterdag 7 oktober, pagina 17:
https://www.rd.nl/kerk-religie/subscription-required-7.133?aId=1.1435537

 

Reserveren en bestellen van het boek

U kunt het boek ´Alleen God kan ons nog redden’ alvast bestellen. Dit kan door contact met ons op te nemen via info@christelijkefilosofie.nl. Het boek kost € 29,90, exclusief verzendkosten.

*

Studieconferentie

In januari 2018 organiseren we de tweede bijeenkomst over Egbert Schuurman. Dit is de jaarlijkse conferentie van Stichting voor Christelijke Filosofie. Tijdens het ochtendprogramma willen we dieper ingaan op de relevantie van Schuurmans filosofische erfenis voor nu en de toekomst. In de komende tijd zullen we u hierover verder informeren.

Interview Govert Buijs in Soφie

*
Govert Buijs is onlangs aangesteld als bijzonder hoogleraar christelijke filosofie. Maar wie is Buijs, wat zijn zijn drijfveren, wat wil hij meegeven? In Soφie nr. 4 (augustus 2017) staat een uitgebreid interview met hem, waardoor de lezer Buijs beter leert kennen. Dit interview is ook hier terug te lezen, zodat iedereen kan kennismaken met Govert Buijs.

Interview Govert Buijs – Sophie nr. 4

Wanneer u vaker filosofische interviews of achtergrondartikelen wilt lezen, neemt u een abonnement op Soφie! Voor € 36,90 per jaar ontvangt u Soφie al (studenten: € 18,45).  Kijk op sophieonline.nl voor meer informatie.

*

Met dank aan de redactie van Soφie.

“Het is mooi om filosofie toegankelijk te maken”

Prof. dr. Jan Hoogland is 20 jaar bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Twente. Speciaal daarom laten we Hoogland aan het woord over het verleden, het heden en de toekomst van christelijke filosofie.

Over het verleden
Op de vraag hoe zijn kennismaking met christelijke filosofie verliep, brandt Hoogland los met een gepassioneerd verhaal over zijn studietijd. “Het was vooral tijdens mijn studententijd dat ik kennisgemaakt heb met de christelijke filosofie. Ik studeerde Sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en was lid van de VGSR, de vrijgemaakte studentenvereniging. Ik volgde, samen met een groep studenten van de studentenvereniging, de colleges Reformatorische Wijsbegeerte. Vooral de colleges van Bob Goudzwaard en later van Bas Kee herinner ik mij nog goed. Hetzelfde geldt voor lezingen van bijvoorbeeld Jaap Klapwijk, Egbert Schuurman, Sander Griffioen en Henk Geertsema bij ons op de studentenvereniging. Ik vond het heerlijk om vanuit christelijke filosofie over allerlei fundamentele vragen na te denken. In mijn studie Sociologie liep ik dan ook tegen allerlei wijsgerige vragen aan. Uiteindelijk was het niet zozeer de Reformatorische Wijsbegeerte die de doorslaggevende rol speelde in mijn keuze om Filosofie te gaan studeren. Dat was eerder mijn kennismaking met de filosofie van Habermas. Maar het zijn wel de colleges Reformatorische Wijsbegeerte geweest die mij op weg hielpen om op mijn eigen vakgebied te reflecteren en dóór te vragen. Dat doorvragen leidde mij van een studie Sociologie naar de Filosofie. Pas daarna ben ik mijn kennismaking met de aanhangers van de Reformatorische Wijsbegeerte echt gaan verdiepen. Ik weet nog dat een toevallige ontmoeting met René van Woudenberg daarin een belangrijke rol speelde. We kwamen erachter dat we nogal verwante zielen bleken te zijn en hij introduceerde mij in de kring van zijn christelijke collega’s aan de VU.
*

Mijn leerstoel aan de Universiteit Twente is begonnen doordat christelijke studentenverenigingen in Twente gezamenlijk bij het College van Bestuur (CvB) van de universiteit aanklopten met het verzoek om een leerstoel Christelijke Filosofie in te stellen. Ik denk dat het feit dat de studenten zelf dat initiatief namen het CvB van de Universiteit Twente zo ontvankelijk maakte voor het vestigen van die leerstoel.
In mijn colleges gebruikte ik over het algemeen vrij actuele literatuur. Zo heb ik bijvoorbeeld college gegeven over het boek We zijn nooit modern geweest van Bruno Latour. Zijn ideeën sloten in bepaalde opzichten nogal aan bij centrale noties van Dooyeweerd, namelijk dat de kloof tussen geloven en weten veel minder radicaal is dan de Verlichting die voorstelt. De Verlichting suggereert dat religieus geloof traditioneel en irrationeel is en dat de mensheid pas door de rationaliteit van de Verlichting tot het ware inzicht van de werkelijkheid kan komen. Die claim wordt door Latour sterk gerelativeerd. Daar wilde ik graag een college over geven! Ik probeerde altijd aan de hand van actuele vraagstukken en recente filosofische teksten de centrale noties uit de Reformatorische Wijsbegeerte aan de orde te stellen. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat ik in Twente nooit pure filosofie-studenten trok, maar altijd studenten

uit andere vakgebieden die een keuzevak in de filosofie wilden volgen. Dus waren mijn colleges altijd inleidend. Het vertalen naar een breed publiek, vind ik leuk om te doen. Het waren in het algemeen vrij onbevangen studenten met een brede belangstelling die daar mijn vakken volgden.
*

Ik heb me verdiept in de actuele vraagstukken van de filosofie van de techniek, met als uiteindelijk hoogtepunt het boek dat ik samen met Maarten Verkerk, Marc de Vries en Jan van der Stoep heb geschreven: Denken, Ontwerpen, Maken. Dat boek is vorig jaar vertaald in het Engels en uitgegeven bij een uitstekende internationale uitgever.
*

Naast colleges geven en het werk aan ons boek (met regelmatige sessies in de stationsrestauratie van Station Eindhoven) is ook Soɸie, en haar voorganger Beweging, een hoogtepunt in mijn werkzaamheden van de afgelopen 20 jaar. Ik vind het leuk om diep door te denken, maar ook het toegankelijk maken van de filosofie, het mensen boeien met filosofie vind ik mooi. Filosofie heeft iets fascinerends. Het helpt je om je gangbare interpretatiekaders eens even los te laten en vanuit een heel ander perspectief naar de dingen te kijken. Hoe theoretisch de filosofie op zichzelf ook is, het gaat primair toch altijd over iets dat je ráákt, boeit of pakt. Filosofie biedt vaak interessante perspectieven waar je nooit zo over nagedacht hebt en kan door het vanzelfsprekende te bevragen echt ontdekkend zijn. Mensen inwijden in die fascinatie vind ik haast leuker dan het heel technisch-wetenschappelijk er mee bezig zijn, hoe belangrijk dat laatste ook is. Waar ik wel eens moeite mee heb is dat veel mensen filosofie al snel heel abstract noemen en zich er daarmee vanaf proberen te maken. Mijn tegenargument is dan vaak dat filosofie veel minder abstract is dan andere (fundamentele) wetenschappen, omdat het vaak aansluit bij hele existentiële, persoonlijke vragen van mensen. Het echte filosoferen begint toch vaak bij een soort van ervaring: ervaringen van vervreemding of verwondering: zijn de dingen echt zoals wij denken dat ze zijn? Dat vind ik spannend in de filosofie.
*

Vanuit mijn eigen christelijke geloofsovertuiging zit de fascinatie voor filosofie heel sterk vast op het feit dat het zo ongelooflijk raar is dat het Verlichtingswereldbeeld, waarin religie zo gemarginaliseerd is, zo vanzelfsprekend is geworden in onze tijd en samenleving. Hoe kan dat? Hoe kan het dat mensen er zo vanzelfsprekend vanuit gaan dat iets wat zo’n belangrijk rol speelt in de geschiedenis, maar ook nog zo actueel is in grote delen van de wereld, als iets wordt beschouwd dat achterhaald is? Blijkt daar niet een enorme arrogantie uit?
*

In dat kader herinner ik mij een college dat voor mij een onvergetelijk moment bevatte. Een student begon te vertellen over een aantal occulte ervaringen die ze had meegemaakt. Maar ze was vooral verbaasd dat ze dat zomaar vertelde. Want eigenlijk schaamde ze zich wel een beetje voor haar bijgelovigheid. Wat deze gebeurtenis voor mij duidelijk maakte is dat het in onze tijd, zeker in de academische context, zo vanzelfsprekend is dat iedere vorm van religie of van bovennatuurlijke ervaringen irrationeel en achterhaald is, dat het bijna taboe is om daar met elkaar over te spreken. Blijkbaar ervoer de betrokken student de sfeer in mijn colleges als zo open en vertrouwd, dat zij die voor haar blijkbaar imponerende ervaringen bespreekbaar maakte. Ik vond dat heel bijzonder.”

Over het heden
“In Twente verzorg ik nu de filosofie-track in het Honours-programma. Dit programma is alleen op uitnodiging toegankelijk voor die studenten van de universiteit die gedurende het eerste semester van hun studie een bepaald niveau hebben gehaald. Ik doe dit samen met René Munnik van Stichting Thomas More. Leuk aan deze colleges is dat je te maken krijgt met studenten die sterk intrinsiek gemotiveerd zijn. Mijn doelstelling met deze colleges is niet om van deze studenten filosofen te maken, maar eerder om ze iets mee te geven wat van belang is voor de inrichting van je leven. Eén van mijn kernboodschappen daarbij is steeds: wees je altijd bewust van het feit dat de wetenschap een beperkte kijk op de werkelijkheid biedt. Wetenschap is een prachtige invalshoek om naar de werkelijkheid te kijken, maar tegelijk een heel beperkte. Je kunt ook op andere manieren naar de werkelijkheid kijken. Daarom staat geloof ook niet tegenover wetenschap. Zoals je vanuit het geloof naar de werkelijkheid kijkt als een schepping van God die in die schepping zijn bedoeling heeft gelegd  en zijn enorme creativiteit heeft getoond, zo abstraheer je van die ‘bedoeling’ en van die ‘schoonheid’ en ‘samenhang’ in de werkelijkheid als je er op een meer wetenschappelijke manier naar kijkt. Zo bezien hebben beide manieren van kijken hun eigen rechten en hoeven zij niet te botsen. Voor mij is dit een basale notie uit de Reformatorische Wijsbegeerte en de filosofie van Dooyeweerd, namelijk dat de theoretische denkhouding sterk onderscheiden moet worden van onze alledaagse omgang met de werkelijkheid en gebaseerd is op abstractie, het analytisch ontleden van de samenhang van de werkelijkheid zoals die ons in de dagelijks ervaring gegeven is. Die wetenschappelijke manier van kijken is daarom ook niet de norm voor onze dagelijkse ervaring. Eerder andersom: de alledaagse ervaring gaat vooraf aan de wetenschap. Dat vind ik een erg essentiële boodschap. Het valt mij op dat veel studenten de kijkwijze van de wetenschap toch als een soort ultieme waarheid zien. Zij geloven als het ware in een wetenschappelijk wereldbeeld.
*

Naast mijn colleges in het Honours-programma wil ik dit collegejaar, in samenwerking met de christelijke studentenverenigingen, een zestal, voor iedereen toegankelijke colleges geven met een inleiding in de Christelijke Filosofie. Op die manier kunnen ook studenten die niet voor het Honours-programma worden uitgenodigd nog profijt hebben van ‘hun’ bijzonder hoogleraar in de christelijke filosofie.”

*

Over de toekomst
“Onze taak is om in onze kennissamenleving en kenniseconomie aandacht te vragen voor andere manieren van kijken naar de werkelijkheid dan alleen de wetenschappelijke. En dan natuurlijk vooral naar een meer religieuze en levensbeschouwelijke manier van kijken, met aandacht voor fundamentele waarden van het leven. Geloofs- en zingevingsvragen staan weer volop op de maatschappelijke agenda en het is mijn overtuiging dat de hoogleraren christelijke filosofie daar echt iets te bieden hebben dat ook relevant is voor niet-christenen.

Volgens mij is dat laatste mogelijk op basis van een aantal scherp geformuleerde noties, geïnspireerd op het rijke gedachtegoed van de Reformatorische Wijsbegeerte. Langs die weg kun je vermijden dat je al te veel moet uitleggen om ideeën uit deze rijke traditie in te brengen in het actuele debat. Zo hebben wij in ons boek Denken, Ontwerpen, Maken geprobeerd in te gaan op eigentijdse vraagstukken in technologie en organisatiekunde zonder ons in het jargon van de Reformatorische Wijsbegeerte te verliezen. In die lijn zou ik graag verder willen gaan.”

Bijeenkomsten rondom biografie Egbert Schuurman

*
‘Alleen God kan ons nog redden’
Egbert Schuurman: tegendraads christen in een seculier land
*

Het is een bijzonder jaar voor prof. dr. ir. Egbert Schuurman, emeritus-hoogleraar voor Stichting voor Christelijke Filosofie en mede-oprichter van het Lindeboom Instituut. Niet alleen is hij in juli 80 geworden, maar er verschijnt begin oktober ook een biografie over hem in de boekenreeks van Stichting voor Christelijke Filosofie. Auteur is historicus en journalist dr. Remco van Mulligen. Stichting voor Christelijke Filosofie en het Lindeboom Instituut staan hier graag uitgebreid bij stil en organiseren twee bijeenkomsten.

 

Op vrijdag 6 oktober vindt, in samenwerking met de ChristenUnie, in de Eerste Kamer de boekpresentatie plaats. De biografie zal aan Egbert Schuurman overhandigd worden door Remco van Mulligen in aanwezigheid van direct betrokkenen en financiers van het onderzoek voor dit boek. Ook zal een aantal sprekers een persoonlijke impressie geven naar aanleiding van de biografie en hun relatie met Egbert Schuurman.
*

Reserveren en bestellen van het boek

U kunt het boek ´Alleen God kan ons nog redden’ alvast bestellen. Dit kan door contact met ons op te nemen via info@christelijkefilosofie.nl. Het boek kost € 29,90, exclusief verzendkosten. Ná 6 oktober worden de bestelde boeken verzonden.

*

Studieconferentie

In januari 2018 organiseren we de tweede bijeenkomst over Egbert Schuurman. Dit is de jaarlijkse conferentie van Stichting voor Christelijke Filosofie. Tijdens het ochtendprogramma willen we dieper ingaan op de relevantie van Schuurmans filosofische erfenis voor nu en de toekomst. In de komende tijd zullen we u hierover verder informeren.

Met ingang van 1 september is Melle de Vries (45) de nieuwe voorzitter van ForumC. De beleidsdirecteur van de KNAW wil dat ForumC het christelijk geluid in de samenleving stimuleert.

 

Melle de Vries heeft er zin in. “ForumC heeft een mooie missie: werken aan dienstbare en zichtbare christenen in de samenleving. Ik voel een sterke verantwoordelijkheid om het christelijk geluid in deze tijd te laten horen en als christenen onderling elkaar te steunen.”

 

De Vries werkt al ruim vijftien jaar in de sector hoger onderwijs en onderzoek en nu als beleidsdirecteur bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Vries studeerde informatica en wijsbegeerte. Ook is hij lid van de Raad van Toezicht van De Passie scholengroep. Sinds vorig jaar was hij al bestuurslid van ForumC.

 

ForumC is enthousiast over de nieuwe voorzitter. Directeur Cors Visser: “Wij krijgen weer een goede voorzitter, iemand met het hart en hoofd op de goede plek en met visie op de relatie tussen geloof, wetenschap en samenleving. Vertrekkend voorzitter Chris Kruse: “Ik heb er alle vertrouwen in dat de belangen van ForumC bij hem, samen met de overige bestuursleden en de zeer kundige en professionele medewerkers van het bureau, in goede handen zijn. Ik wens hen daarbij Gods zegen toe.”

 

Per 1 september neemt Melle de Vries de voorzittershamer over van Chris Kruse. Kruse was zeven jaar lid van het bestuur. “Het was een voorrecht om zeven jaar deel uit te maken van het bestuur van ForumC, waarvan de laatste jaren als voorzitter. Samen met christenen uit een brede achterban werken aan onze doelstellingen, die in de loop der jaren een duidelijke focus hebben gekregen, was zeer inspirerend. Nu is het moment aangebroken om het stokje over te dragen aan de nieuwe voorzitter.”

Studieweek met Nicholas Wolterstorff

Stichting voor Christelijke Filosofie heeft samen met Weetwatjegelooft een studieweek georganiseerd waarin Nicholas Wolterstorff en zijn praktisch filosofische werk centraal stonden. Op vier verschillende locaties in Nederland werd zijn visie op thema’s als rechtvaardigheid, onderwijs en liturgie besproken. Ook de bundel Denken om shalom stond in de schijnwerpers; hierin staat de actualiteit van Wolterstorffs praktische filosofie centraal. Dit boek is vanaf nu verkrijgbaar via het Secretariaat. 

 

Een aantal foto’s van deze bijeenkomsten:

 

Amsterdam

 

 

Overhandiging van het boek Denken om shalom door Robert van Putten.

 

Den Haag

Foto: Weetwatjegelooft – William den Boer

 

Ede

Roel Kuiper en Renée van Riessen in Ede.

 

 

Kampen

Nicholas Wolterstorff en Gijsbert van den Brink in Kampen.

 

 

 

 

 

Krantenberichten

De afgelopen week zijn er ook diverse artikelen verschenen over Nicholas Wolterstorff en shalom. We hebben ze even op een rijtje gezet voor u:

 

Nederlands Dagblad

“Voedsel uitdelen is gemakkelijker dan bestrijden van onrecht” (6 juni 2017)

 

Reformatorisch Dagblad 

“Sjalom in bange dagen van populisme” (6 juni 2017)

“Laat shalom met u en uw scholen zijn” (9 juni 2017)

 

PERSBERICHT:
8 mei 2017

Prof. dr. Govert Buijs bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie in Rotterdam

 

Prof. dr. Govert Buijs wordt per 1 september 2017 benoemd tot bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie aan de Faculteit der Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het perspectief van de leerstoel verrijkt het onderwijs en onderzoek aan de faculteit, in het bijzonder op het terrein van de praktische filosofie en de wijsgerige reflectie op grote maatschappelijke thema’s. De leerstoel is ingesteld door Stichting voor Christelijke Filosofie.

 

Leerstoel

De leerstoel past goed bij de oriëntatie van de Faculteit der Wijsbegeerte. Binnen de opleidingen van de faculteit worden de vraagstukken die de christelijke filosofie aan de orde stelt nadrukkelijk gethematiseerd, zoals de aard en grenzen van wetenschappelijke kennis alsmede allerlei maatschappelijke thema’s op het snijvlak van politiek, economie en moraal. De ervaring leert dat deze leerstoel voldoet aan een vraag binnen de Erasmus Universiteit Rotterdam en zo ook studenten van andere faculteiten naar de Faculteit der Wijsbegeerte brengt. Op haar beurt vormt de Faculteit der Wijsbegeerte voor Stichting voor Christelijke Filosofie een voor de hand liggende discussiepartner en uitvalsbasis voor christelijke filosofie.

Buijs over zijn leerstoel in Rotterdam: ‘Binnen de diverse maatschappijwetenschappen zoals die in Rotterdam sterk vertegenwoordigd zijn, wordt momenteel afscheid genomen van heel beperkte mensbeelden die in de afgelopen decennia dominant waren. Thema’s als geluk, sociale preferenties en een breed welvaartsbegrip staan op de agenda en Rotterdam vervult hierin een voortrekkersrol. Het lijkt me erg boeiend om vanuit een levensbeschouwelijk perspectief met die ontwikkeling mee te denken.’

 

Christelijke filosofie

Centraal in de traditie van de christelijke filosofie, in het bijzonder de reformatorische wijsbegeerte, staat het gesprek met andersdenkenden. Dat betekent aan de ene kant vaak kritische analyse van de binnen wetenschappen en ook binnen allerlei maatschappelijke praktijken gehanteerde denkkaders, die nogal eens reductionistisch blijken te zijn. Aan de andere kant wordt er vanuit christelijke filosofie ook steeds in positieve zin gewerkt aan een rijkere, multidimensionale werkelijkheidsopvatting. Hierbij wordt volop gebruik gemaakt van en de uitwisseling gezocht met resultaten van de diverse vakwetenschappen. Zo zijn belangrijke bijdragen geleverd op het terrein van de rechts- en staatstheorie, politieke en sociale theorie en de techniekfilosofie.

Dr. Sander Luitwieler, directeur van Stichting voor Christelijke Filosofie, is heel blij met deze benoeming: ‘Govert Buijs is gepokt en gemazeld in de christelijke filosofie. Het is een groot voorrecht om hem te mogen verwelkomen in de kring van onze hoogleraren. Zijn focus op politieke filosofie en religie sluit goed aan bij het profiel van de leerstoel dat zijn voorganger, prof. dr. Roel Kuiper, heeft opgebouwd. Daarnaast is hij bezig een belangwekkende onderzoeks- en onderwijsagenda te ontwikkelen op het snijvlak van moraal en economie, dat bij uitstek past bij de Erasmus Universiteit Rotterdam.’

 

Loopbaan Govert Buijs

Govert Buijs (1964) studeerde politieke wetenschappen, filosofie en theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en het Institute for Christian Studies in Toronto (Canada). Hij promoveerde in 1998 cum laude aan de Faculteit der Wijsbegeerte, Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift Tussen God en duivel: Totalitarisme, politiek en transcendentie bij Eric Voegelin. Na zijn promotie vervulde hij verschillende functies als onderzoeker en docent. In 2011 werd Govert Buijs benoemd tot hoogleraar op de Kuyperleerstoel aan de Vrije Universiteit. In 2016 volgde zijn benoeming op de Goldschmeding Chair aan dezelfde universiteit. Zijn werkzaamheden in Rotterdam zal hij combineren met deze laatste leerstoel. Zijn belangstelling gaat uit naar de rol van religie en moraal binnen politiek en economie.

Prof. dr. Govert Buijs (1964). Foto: Marjoleine Klarenbeek

Verslag workshop ‘Is er meer tussen werken en uitrusten’ op 5 april 2017

(door Ries Haverkamp)

 

In het kader van de Maand van de Filosofie organiseerde de Stichting voor Christelijke Filosofie samen met Veritas Forum op 5 april de workshop ‘Is er meer tussen werken en uitrusten’. De avond stond onder leiding van filosoof Robert van Putten en vond plaats in de sociëteit van de N.S.U. De opkomst was groot en divers; naast studenten waren er ook een aantal geïnteresseerde werkenden. Vanuit een christelijk (filosofisch) perspectief werden er op interactieve wijze antwoorden gezocht op twee hoofdvragen: waarom moeten we (nadenken over) rusten? En wat ís goed rusten eigenlijk?

 

Vermoeide samenleving

Op de vraag waarom je zou moeten rusten, kwamen vooral ‘positieve’ reacties uit het publiek: o.a. ‘het is lekker en prettig’, ‘het helpt je om zelf de baas te blijven, niet geleefd te worden’, ‘het helpt om dingen te verwerken’ en ‘het draagt bij aan het in perspectief plaatsen van dingen’. Toegelicht met voorbeelden uit eigen ervaring voegde Van Putten hier een andere invalshoek aan toe: het gaat niet goed met ons. We leven in een vermoeide, stressvolle en hyperactieve prestatiemaatschappij zonder remmen, waarin inmiddels 1:7 volwassenen te maken krijgt met een burn-out. Er staat iets op het spel, dáárom moeten we erover nadenken. Van Putten koppelde dit aan de Bijbelse notie van rentmeesterschap; het goed beheren en onderhouden van Gods schepping kun je ook betrekken op jezelf. En daar is rust voor nodig.

 

Oorzaken

Maar hoe komen we zo vermoeid? De prestatiemaatschappij werd plenair verkend aan de hand van de documentaire ‘De BV IK’ (VPRO, 2010) over ‘opgejaagde’ jongeren met veel ambitie en prestatiedruk die ongegeneerd carrière maken als belangrijkste doel lijken te hebben. Aansluitend reflecteerde Van Putten op de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Ten eerste typeert Van Putten het maatschappelijk systeem dat in de loop van de tijd is ontstaan als een prestatiemaatschappij, waarin men ‘loon naar werken’ krijgt en maatschappelijke status en identiteit worden verkregen op basis van prestaties. De druk om steeds beter te presteren in een dergelijke samenleving is groot. Bovendien is de maatschappij niet alleen gericht op prestaties, maar ook ‘interactief’: we willen actief betrokken zijn bij alles wat om ons heen gebeurt. Verder merkt Van Putten op dat er een omkering in waarden heeft plaatsgevonden. In de klassieke oudheid en het middeleeuwse christendom was rust de basis van de cultuur en het ‘contemplatieve leven’ het hoogste doel (‘vita contemplativa’). In de huidige tijd is deze rust verdrongen en is arbeid het hoogste doel geworden (‘vita activa’).

 

Goed rusten

Ook de vraag ‘wat is rust eigenlijk?’ leverde uiteenlopende reacties uit de zaal op: o.a. ‘mentale ontspanning’, ‘loskomen van verplichtingen’, ‘stom werk doen waar je niet bij na hoeft te denken’ en ‘aanpassing van het tempo voor meer bewuste aandacht’. Inmiddels lijkt de wal het schip te keren. Er komt steeds meer aandacht voor rust in de samenleving. Maar na

Is dit goede rust?

Is er meer tussen werken en uitrusten?

drie weken vakantie weer uitgerust en opgeladen aan het werk gaan – is dat rust? Van Putten stelt dat er over het algemeen erg oppervlakkig en instrumenteel over rust wordt gedacht. Rust wordt veelal gezien als een noodzakelijke tool om uit te rusten om verv

olgens weer door te kunnen gaan met ‘zelfontplooiing’. Maar is rusten niet veel meer dan uitrusten? Heeft het geen intrinsieke waarde? Voor deze vragen ging Van Putten (o.a.)  te rade bij de katholieke filosoof Joseph Pieper (1904-1997).

 

Christelijk perspectief

Pieper signaleerde de genoemde prestatiemaatschappij, waarin menselijkheid wordt gereduceerd tot productiviteit. Volgens Pieper verdringt het verlies van rust een dimensie van ons mens-zijn die fundamenteel is voor ons bestaan. Niet alleen om op adem te komen, maar ook intrinsiek: een innerlijke levenshouding en mentaliteit. Voor Pieper heeft rust te maken met het omarmen van het leven, met feestelijkheid, het vieren van het leven, waarbij jezelf ‘opladen’ geen doel op zich is, maar hooguit een bijeffect. Van Putten vervolgde dat als we dit willen leren we moeten kijken naar de (christelijke) religie, omdat rust en religie intrinsiek met elkaar zijn verbonden. De christelijke gemeente bijvoorbeeld, begint de week met het vieren van de opstandingsdag van Christus. Daarmee is de zondag niet primair een fysiek oplaadmoment, maar een gelegenheid om intrinsiek rust en vrijheid te vieren, in dienst aan God. Van Putten besloot dat het vinden van rust (op deze manier) niet maakbaar is en niet vanzelf gaat. Het vergt discipline en levenskunst, waarbij de ontkoppeling van identiteit en prestatie de sleutel is.

 

Onder het genot van een biertje werd na afloop informeel met elkaar doorgepraat. Het was een inspirerende avond, onder leiding van een enthousiaste spreker met kennis van zaken.


De jaarlijkse studieconferentie van zaterdag 14 januari 2017 stond in het teken van de godsbewijzen, een onderwerp dat gezien de grote opkomst op veel belangstelling kon rekenen. Ditmaal waren er, in vergelijking met voorgaande jaren, opvallend veel vrouwen en jongeren onder de deelnemers. Samen met de inhoud van de conferentie maakt deze opkomst dat we terugkijken op een zeer geslaagde conferentie. Een mooie opsteker voor de nieuwe directeur Sander Luitwieler en zijn team van medewerkers. Zie ook het artikel in het Reformatorisch Dagblad: Studiedag christelijke filosofie

 

 

      

De hoofdlezing ‘De God van de filosofen’ werd gegeven door dr. ir. Jeroen de Ridder, naar aanleiding van het boek En dus bestaat God, dat hij schreef met dr. ir. Emanuel Rutten. In de lezing verdedigde hij het bredere project waarbinnen dit boek verscheen, namelijk een poging om via de analytisch-filosofische methode argumenten te geven voor het bestaan van God. Hij pleitte voor een plek voor deze methode binnen het bredere keuzemenu van manieren om zinvol over God en zijn bestaan te spreken. Kenmerkend voor deze methode is, zoals de naam al zegt, de conceptuele analyse, precisie, logica en het vermijden van metaforen en beeldspraak. Daarbij kent deze methode haar grenzen en zijn haar ambities beperkt, aldus De Ridder. De argumenten geven immers geen dwingende bewijzen en claimen geen harde afleidingen. Bovendien zijn er meerdere manieren om zinvol over God te spreken en hoeft deze stijl niet ieders smaak te zijn. De slotvraag van De Ridder was wat er op tegen kon zijn om ook op deze wijze een bijdrage te leveren aan de beantwoording van de Godsvraag en daarmee verder te gaan in het spoor van denkers als Anselmus en Thomas van Aquino.

 

In het co-referaat, gehouden door prof. dr. Marcel Sarot, die eerder al een kritische recensie aan het boek had gewijd (Radix, 2016, no. 1), gaf Sarot aan het nut van de filosofie niet te ontkennen, ook niet in relatie tot de Godsvraag. Toch had hij ernstige bezwaren tegen deze vorm van filosoferen, omdat deze haar uitgangspunten vindt in het neoscholastieke funderingsdenken, een manier van denken die juist een radicale breuk vormt met hoe er in de kerkgeschiedenis werd omgegaan met godsbewijzen en bovendien een denken dat de afgelopen decennia  problematisch is gebleken. Sarot verweet het de auteurs dat zij menen bij de katholieken op dezelfde boot te stappen, terwijl die boot niet heeft stilgelegen, maar is doorgevaren en de neoscholastiek achter zich heeft gelaten.
Inhoudelijk spitste de kritiek van Sarot zich toe op twee aspecten, namelijk de analytische methode (en haar basis in het funderingsdenken) en de wijze waarop we over Gods bestaan kunnen spreken. Volgens Sarot is ons spreken, bij uitstek als het gaat om God, altijd metaforisch. Het bestaan van God is een ander soort bestaan dan dat wij als mensen kennen binnen onze verstaanshorizon van tijd en ruimte. Spreken we toch op deze wetenschappelijke wijze over het bestaan van God, dan rekken we ons begrip van bestaan op, buiten de grenzen van onze mogelijkheden.
Bij religie werkt de analytische methode niet, volgens Sarot. In dit kader haalde hij zijn leermeester Brummer aan, die al stelde dat geloven meer vergelijkbaar is met een liefdesrelatie. Je weet dat de liefde er is, het is zelfs zeer bepalend voor je leven, maar je kunt deze nergens empiristisch vastleggen. Sarot waarschuwde ervoor het verlichtingsframe van de analytische filosofie te accepteren, omdat je dan (hoe sympathiek het ook lijkt) meegaat in het taalspel van mensen als Dawkins en Philipse, terwijl dat taalspel niet deugt. ‘Zo moet je niet over geloof willen spreken,’ aldus Sarot. Is het dan volstrekt zinloos om over God te argumenteren? Het is wel zinvol, stelde Sarot, maar de onderneming is nooit los verkrijgbaar van godsbeelden. Het christelijk geloof mag verdedigd worden, maar je mag er daarmee geen karikatuur van maken, zoals de analytische filosofie dat doet.

In de levendige discussie die volgde, mede op basis van vragen uit de zaal, spitste het gesprek zich toe op de definitie van het woord ‘bestaan’, de (on)mogelijkheid om neutraal te argumenteren zonder samenhang met godsleer en -beelden en op de (on)vermijdelijkheid van metaforisch spreken.

 

Na de lunch volgden twee workshoprondes, waarbij de deelnemers de keus hadden tussen de volgende workshops:

  • Utopiedenken in de techniek (prof. dr. Marc de Vries).
  • Een christelijk perspectief op veiligheid (dr. Ronald van Steden)
  • Wat betekent het om te rusten? (Robert van Putten MSc MA)
  • Christelijk management (dr. Tom van den Belt)
  • Valse en ware transcendentie (prof. (em.) dr. Sander Griffioen)
  • De EU in de wereld: publieke gerechtigheid in internationaal perspectief (Trineke Palm MSc)
  • Concessie en confessie: Over compromissen en christelijke ethiek (dr. Patrick Overeem)
  • Duurzame veehouderij in de praktijk (Corné Rademaker MSc MA)

*

 

 

 

Filosoof dr. ir. Jeroen de Ridder (1978) is benoemd tot lid van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

 

Foto genomen door Daan van der Horst

Jeroen de Ridder, die hoofdspreker zal zijn op onze studieconferentie op 14 januari 2017, is universitair docent filosofie en senior onderzoeker bij het Abraham Kuyper Centrum aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in de kennisleer (epistemologie), wetenschapsfilosofie en godsdienstfilosofie. Samen met dr. ir. Emanuel Rutten schreef hij En dus bestaat God. De beste argumenten (2015).

*

Momenteel doet Jeroen de Ridder met een Vidi-beurs van het NWO onderzoek naar hoe goed liberale democratieën zijn in het genereren en gebruiken van kennis. Verder leidt hij met prof. dr. René van Woudenberg en dr. Rik Peels een project over de epistemische verantwoordelijkheden van de universiteit. Een belangrijke vraag hierbij is hoe naast individuen ook groepen mensen intellectuele deugden kunnen hebben. Eerder werkte Jeroen de Ridder aan een project over de verabsolutering van wetenschappelijke kennis (‘sciëntisme’).