Agenda   Steun SRW   Links   Contact   Intranet   Webshop   English   Nederlands  
Zoek
Bronnen van vrijheidvacaturelijstProfessor Dooyeweerd




Herman Dooyeweerd wordt op 7 oktober 1894 geboren te Amsterdam. Hij groeit op in een gereformeerd milieu. Dat milieu bezat, zeker destijds, een zekere vermaardheid wegens zijn leescultuur. Vader Dooyeweerd las zijn gezin voor uit het dagblad De Standaard en het weekblad De Heraut, twee bladen waardoor Abraham Kuyper leiding en voorlichting gaf aan het gereformeerde volksdeel. Na het Gereformeerd Gymnasium aan de Keizersgracht te Amsterdam te hebben doorlopen, gaat Herman rechten studeren aan de in 1880 door Kuyper opgerichte Vrije Universiteit, eveneens te Amsterdam. Van een bijzondere belangstelling voor de wijsbegeerte blijkt dan nog niets. Wel is Herman geïnteresseerd in muziek en in de Nederlandse literatuur.

Onmiskenbaar treedt in die jaren een romantische inslag aan het licht. Zijn eerste publicaties zijn gedichten en zijn eerste artikelen handelen over ‘De neo-mystiek van Frederik van Eeden’ (1915) en ‘De troosteloosheid van het Wagnerianisme’ (1915). Ook wanneer Dooyeweerd zich later in filosofische richting ontwikkelt, blijft er een ‘romantisch’ te noemen trek in zijn denken aanwezig. De taak van de filosofie, zo zal hij later schrijven met een woord van Goethe, is de contemplatie van ‘wie alles sich zum Ganzen webt’ Filosofie is voor Dooyeweerd het streven naar een visie op de totaliteit. Ook blijkt deze trek uit de bijzondere nadruk die hij steeds heeft gelegd op de eenheid van de menselijke persoon, die geconcentreerd is in het hart, zoals Dooyeweerd met een bijbelse term zegt.

Aanvankelijk echter gaat zijn belangstelling vooral in juridische richting. In 1917 promoveert hij aan de Vrije Universiteit op een proefschrift over De ministerraad in het Nederlandse staatsrecht en gedurende de periode 1916-1922 bekleedt hij verschillende functies bij de overheid (in Harlingen en Leiden).

In 1922 wordt Dooyeweerd door H. Colijn en A.W.F. Idenburg aangezocht om de leiding op zich te nemen van een nieuw op te richten wetenschappelijk instituut van de Anti-Revolutionaire Partij, genoemd naar de oprichter van deze partij, Abraham Kuyper. Dooyeweerd aanvaardt deze functie onder voorwaarde dat er ook tijd beschikbaar zal zijn voor wetenschappelijke bezinning ‘op de grondslagen der zogenaamde neocalvinistische levens- en wereldbeschouwing in haar toepassing op recht, economie en politiek’, zoals hij schrijft in een nota waarin hij zijn ambitieuze visie voor de dr. Kuyper Stichting ontvouwt. De vruchten van zijn studie verschijnen in het door hem opgezette tijdschrift Anti-Revolutionaire Staatskunde.

Het is in deze jaren dat Dooyeweerd als filosoof de vleugels uitslaat en werkt aan de grondslagen van De wijsbegeerte der wetsidee, zijn driedelige magnum opus, dat in de jaren 1935-1936 zal verschijnen.  Het is ook in deze tijd dat er een religieuze verdieping plaatsgrijpt in zijn leven onder invloed van het lezen van de ‘mystieke’ meditaties van Kuyper. Deze verdieping is van grote invloed op zijn wijsgerig denken. In het voorwoord van het zo-even genoemde werk, schrijft Dooyeweerd: ‘Het grote keerpunt in mijn denken (betekende) de ontdekking van de religieuze wortel van het denken zelf (…). Ik ging verstaan, welke centrale betekenis toekomt aan het “hart”, dat door de Heilige Schrift telkenkere weer als de religieuze wortel van heel het menselijk leven in het licht wordt gesteld’.
In 1926 wordt Dooyeweerd benoemd tot hoogleraar aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit in de vakken: encyclopedie der rechtswetenschap, oud-vaderlands recht, en rechtsfilosofie. Vrijwel alles wat Dooyeweerd tijdens zijn hoogleraarschap schrijft, moet beschouwd worden als de tenuitvoerlegging van zijn éne streven om een calvinistische, of, zoals hijzelf later benadrukte, een oecumenisch-christelijke wijsbegeerte te ontwikkelen.

Vrucht van dit streven is ook de oprichting, samen met zijn collega en zwager prof. D.H. Th. Vollenhoven, van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte in 1936, alsmede de uitgave van het wetenschappelijk orgaan van deze vereniging Philosophia Reformata, waarvan Dooyeweerd tot 1976, een jaar voor zijn overlijden, hoofdredacteur is.

Eenmaal werkzaam aan de VU wordt Dooyeweerd geconfronteerd met soms bijtende kritiek, met name van de zijde van de theologische faculteit. Een collega in de theologie schreef een serie brochures tegen Dooyeweerd (en Vollenhoven) onder de veelzeggende titel Dreigende informatie, waarvan de eerste verscheen in 1936.
En in 1937 publiceerde een verontruste dominee een boek onder de titel Philosophia Deformata, dat weliswaar vooral tegen Vollenhoven was gericht, maar gezien de onderlinge affiniteit, toch ook Dooyeweerd raakte. Dooyeweerd houdt hier een zekere reserve tegenover theologen aan over en hij benadrukt in de discussies over zijn filosofie dan ook steeds dat zijn werk filosofie is en géén theologie.

In 1948 wordt Dooyeweerd gekozen tot lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, afdeling Letterkunde, en dat kan beschouwd worden als een erkenning van de kwaliteit en betekenis van zijn filosofie.

Het is typerend voor Dooyeweerd dat hij steeds contact heeft gezocht in binnen- en buitenland met filosofen en anderen die geheel of gedeeltelijk vanuit andere filosofische en/of religieuze uitgangspunten werkten en dachten. Vooral de discussies met de rooms-katholieke wijsgeren H. Robbers en M.F.J Marlet, maar ook met filosofen als C.A. van Peursen en Ph. A. Kohnstamm hebben de aandacht getrokken.

In de loop der jaren heeft de filosofie van Dooyeweerd school gemaakt. In Nederland werd en wordt de bekendstelling van en de discussie over de wijsbegeerte der wetsidee, ook wel genaamd reformatorische wijsbegeerte, in niet geringe mate bevorderd door de bijzondere leerstoelen, ingesteld door de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte, aan de Rijksuniversiteiten te Utrecht, Leiden, Groningen, Delft, Rotterdam, Eindhoven en Wageningen.

Ook in het buitenland heeft de filosofie van Dooyeweerd belangstelling gewekt, onder andere in Frankrijk, Scandinavië, de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Japan en Korea. In verschillende van deze landen heeft Dooyeweerd voordrachten gehouden en wordt zijn werk tot op heden ervaren als een ‘Fundgrube’ voor christelijk-wijsgerig denken.

Zijn denken is overigens niet te beschouwen als een afgerond systeem, hoewel Dooyeweerds filosofie onmiskenbaar een bepaald indrukwekkende en fraaie architectonische structuur heeft. Zijn filosofie is niet als een afgewerkt huis, waarin men nu alleen nog maar moet leren te wonen. Dooyeweerd zelf zegt er in een interview uit 1977 dit over: ‘Ik hoop dat in de toekomst de wijsbegeerte der wetsidee in beweging zal blijven; Ze mag niet geconsolideerd worden tot een afgesloten stelsel. Mijn leerlingen moeten vooral niet denken dat dit “der Weisheit letzter Schluss” is, want er zijn nog altijd teveel vraagtekens die ik zelf plaats. En leerlingen hebben wel eens de neiging die vraagtekens te schrappen’.

Het leven van Dooyeweerd is vooral dat van een geleerde geweest. Naast zijn academische werk heeft hij verschillende andere posities bekleed; onder andere is hij jarenlang op bestuurlijk niveau betrokken geweest bij het werk van reclassering.

Door prof.dr. Rene van Woudenberg


Nieuws 

Inauguratie Glas op VU beschikbaar
De inauguratie van Gerrit Glas, bij de bekleding van de Dooyeweerd-leerstoel aan de VU, getiteld: Wat is christelijke filosofie? is nu beschikbaar. Klik hier om deze te downloaden. 


Lesmodule Nanotechnologie gratis beschikbaar
De lesmodule 'Mag wat kan?' kan nu worden gedownload van deze site. Klik hier om naar de downloads te gaan. 


Nieuwe website SRW gelanceerd
Het SRW heeft een nieuwe website gelanceerd, in het kader van haar project 'Interreligieuze Dialoog Nanotechnologie. Klik hier om naar de site te gaan.