Stichting voor Christelijke Filosofie

Interview Jan Hoogland

“Het is mooi om filosofie toegankelijk te maken”

Prof. dr. Jan Hoogland is 20 jaar bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Twente. Speciaal daarom laten we Hoogland aan het woord over het verleden, het heden en de toekomst van christelijke filosofie.

Over het verleden
Op de vraag hoe zijn kennismaking met christelijke filosofie verliep, brandt Hoogland los met een gepassioneerd verhaal over zijn studietijd. “Het was vooral tijdens mijn studententijd dat ik kennisgemaakt heb met de christelijke filosofie. Ik studeerde Sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en was lid van de VGSR, de vrijgemaakte studentenvereniging. Ik volgde, samen met een groep studenten van de studentenvereniging, de colleges Reformatorische Wijsbegeerte. Vooral de colleges van Bob Goudzwaard en later van Bas Kee herinner ik mij nog goed. Hetzelfde geldt voor lezingen van bijvoorbeeld Jaap Klapwijk, Egbert Schuurman, Sander Griffioen en Henk Geertsema bij ons op de studentenvereniging. Ik vond het heerlijk om vanuit christelijke filosofie over allerlei fundamentele vragen na te denken. In mijn studie Sociologie liep ik dan ook tegen allerlei wijsgerige vragen aan. Uiteindelijk was het niet zozeer de Reformatorische Wijsbegeerte die de doorslaggevende rol speelde in mijn keuze om Filosofie te gaan studeren. Dat was eerder mijn kennismaking met de filosofie van Habermas. Maar het zijn wel de colleges Reformatorische Wijsbegeerte geweest die mij op weg hielpen om op mijn eigen vakgebied te reflecteren en dóór te vragen. Dat doorvragen leidde mij van een studie Sociologie naar de Filosofie. Pas daarna ben ik mijn kennismaking met de aanhangers van de Reformatorische Wijsbegeerte echt gaan verdiepen. Ik weet nog dat een toevallige ontmoeting met René van Woudenberg daarin een belangrijke rol speelde. We kwamen erachter dat we nogal verwante zielen bleken te zijn en hij introduceerde mij in de kring van zijn christelijke collega’s aan de VU.
*

Mijn leerstoel aan de Universiteit Twente is begonnen doordat christelijke studentenverenigingen in Twente gezamenlijk bij het College van Bestuur (CvB) van de universiteit aanklopten met het verzoek om een leerstoel Christelijke Filosofie in te stellen. Ik denk dat het feit dat de studenten zelf dat initiatief namen het CvB van de Universiteit Twente zo ontvankelijk maakte voor het vestigen van die leerstoel.
In mijn colleges gebruikte ik over het algemeen vrij actuele literatuur. Zo heb ik bijvoorbeeld college gegeven over het boek We zijn nooit modern geweest van Bruno Latour. Zijn ideeën sloten in bepaalde opzichten nogal aan bij centrale noties van Dooyeweerd, namelijk dat de kloof tussen geloven en weten veel minder radicaal is dan de Verlichting die voorstelt. De Verlichting suggereert dat religieus geloof traditioneel en irrationeel is en dat de mensheid pas door de rationaliteit van de Verlichting tot het ware inzicht van de werkelijkheid kan komen. Die claim wordt door Latour sterk gerelativeerd. Daar wilde ik graag een college over geven! Ik probeerde altijd aan de hand van actuele vraagstukken en recente filosofische teksten de centrale noties uit de Reformatorische Wijsbegeerte aan de orde te stellen. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat ik in Twente nooit pure filosofie-studenten trok, maar altijd studenten

uit andere vakgebieden die een keuzevak in de filosofie wilden volgen. Dus waren mijn colleges altijd inleidend. Het vertalen naar een breed publiek, vind ik leuk om te doen. Het waren in het algemeen vrij onbevangen studenten met een brede belangstelling die daar mijn vakken volgden.
*

Ik heb me verdiept in de actuele vraagstukken van de filosofie van de techniek, met als uiteindelijk hoogtepunt het boek dat ik samen met Maarten Verkerk, Marc de Vries en Jan van der Stoep heb geschreven: Denken, Ontwerpen, Maken. Dat boek is vorig jaar vertaald in het Engels en uitgegeven bij een uitstekende internationale uitgever.
*

Naast colleges geven en het werk aan ons boek (met regelmatige sessies in de stationsrestauratie van Station Eindhoven) is ook Soɸie, en haar voorganger Beweging, een hoogtepunt in mijn werkzaamheden van de afgelopen 20 jaar. Ik vind het leuk om diep door te denken, maar ook het toegankelijk maken van de filosofie, het mensen boeien met filosofie vind ik mooi. Filosofie heeft iets fascinerends. Het helpt je om je gangbare interpretatiekaders eens even los te laten en vanuit een heel ander perspectief naar de dingen te kijken. Hoe theoretisch de filosofie op zichzelf ook is, het gaat primair toch altijd over iets dat je ráákt, boeit of pakt. Filosofie biedt vaak interessante perspectieven waar je nooit zo over nagedacht hebt en kan door het vanzelfsprekende te bevragen echt ontdekkend zijn. Mensen inwijden in die fascinatie vind ik haast leuker dan het heel technisch-wetenschappelijk er mee bezig zijn, hoe belangrijk dat laatste ook is. Waar ik wel eens moeite mee heb is dat veel mensen filosofie al snel heel abstract noemen en zich er daarmee vanaf proberen te maken. Mijn tegenargument is dan vaak dat filosofie veel minder abstract is dan andere (fundamentele) wetenschappen, omdat het vaak aansluit bij hele existentiële, persoonlijke vragen van mensen. Het echte filosoferen begint toch vaak bij een soort van ervaring: ervaringen van vervreemding of verwondering: zijn de dingen echt zoals wij denken dat ze zijn? Dat vind ik spannend in de filosofie.
*

Vanuit mijn eigen christelijke geloofsovertuiging zit de fascinatie voor filosofie heel sterk vast op het feit dat het zo ongelooflijk raar is dat het Verlichtingswereldbeeld, waarin religie zo gemarginaliseerd is, zo vanzelfsprekend is geworden in onze tijd en samenleving. Hoe kan dat? Hoe kan het dat mensen er zo vanzelfsprekend vanuit gaan dat iets wat zo’n belangrijk rol speelt in de geschiedenis, maar ook nog zo actueel is in grote delen van de wereld, als iets wordt beschouwd dat achterhaald is? Blijkt daar niet een enorme arrogantie uit?
*

In dat kader herinner ik mij een college dat voor mij een onvergetelijk moment bevatte. Een student begon te vertellen over een aantal occulte ervaringen die ze had meegemaakt. Maar ze was vooral verbaasd dat ze dat zomaar vertelde. Want eigenlijk schaamde ze zich wel een beetje voor haar bijgelovigheid. Wat deze gebeurtenis voor mij duidelijk maakte is dat het in onze tijd, zeker in de academische context, zo vanzelfsprekend is dat iedere vorm van religie of van bovennatuurlijke ervaringen irrationeel en achterhaald is, dat het bijna taboe is om daar met elkaar over te spreken. Blijkbaar ervoer de betrokken student de sfeer in mijn colleges als zo open en vertrouwd, dat zij die voor haar blijkbaar imponerende ervaringen bespreekbaar maakte. Ik vond dat heel bijzonder.”

Over het heden
“In Twente verzorg ik nu de filosofie-track in het Honours-programma. Dit programma is alleen op uitnodiging toegankelijk voor die studenten van de universiteit die gedurende het eerste semester van hun studie een bepaald niveau hebben gehaald. Ik doe dit samen met René Munnik van Stichting Thomas More. Leuk aan deze colleges is dat je te maken krijgt met studenten die sterk intrinsiek gemotiveerd zijn. Mijn doelstelling met deze colleges is niet om van deze studenten filosofen te maken, maar eerder om ze iets mee te geven wat van belang is voor de inrichting van je leven. Eén van mijn kernboodschappen daarbij is steeds: wees je altijd bewust van het feit dat de wetenschap een beperkte kijk op de werkelijkheid biedt. Wetenschap is een prachtige invalshoek om naar de werkelijkheid te kijken, maar tegelijk een heel beperkte. Je kunt ook op andere manieren naar de werkelijkheid kijken. Daarom staat geloof ook niet tegenover wetenschap. Zoals je vanuit het geloof naar de werkelijkheid kijkt als een schepping van God die in die schepping zijn bedoeling heeft gelegd  en zijn enorme creativiteit heeft getoond, zo abstraheer je van die ‘bedoeling’ en van die ‘schoonheid’ en ‘samenhang’ in de werkelijkheid als je er op een meer wetenschappelijke manier naar kijkt. Zo bezien hebben beide manieren van kijken hun eigen rechten en hoeven zij niet te botsen. Voor mij is dit een basale notie uit de Reformatorische Wijsbegeerte en de filosofie van Dooyeweerd, namelijk dat de theoretische denkhouding sterk onderscheiden moet worden van onze alledaagse omgang met de werkelijkheid en gebaseerd is op abstractie, het analytisch ontleden van de samenhang van de werkelijkheid zoals die ons in de dagelijks ervaring gegeven is. Die wetenschappelijke manier van kijken is daarom ook niet de norm voor onze dagelijkse ervaring. Eerder andersom: de alledaagse ervaring gaat vooraf aan de wetenschap. Dat vind ik een erg essentiële boodschap. Het valt mij op dat veel studenten de kijkwijze van de wetenschap toch als een soort ultieme waarheid zien. Zij geloven als het ware in een wetenschappelijk wereldbeeld.
*

Naast mijn colleges in het Honours-programma wil ik dit collegejaar, in samenwerking met de christelijke studentenverenigingen, een zestal, voor iedereen toegankelijke colleges geven met een inleiding in de Christelijke Filosofie. Op die manier kunnen ook studenten die niet voor het Honours-programma worden uitgenodigd nog profijt hebben van ‘hun’ bijzonder hoogleraar in de christelijke filosofie.”

*

Over de toekomst
“Onze taak is om in onze kennissamenleving en kenniseconomie aandacht te vragen voor andere manieren van kijken naar de werkelijkheid dan alleen de wetenschappelijke. En dan natuurlijk vooral naar een meer religieuze en levensbeschouwelijke manier van kijken, met aandacht voor fundamentele waarden van het leven. Geloofs- en zingevingsvragen staan weer volop op de maatschappelijke agenda en het is mijn overtuiging dat de hoogleraren christelijke filosofie daar echt iets te bieden hebben dat ook relevant is voor niet-christenen.

Volgens mij is dat laatste mogelijk op basis van een aantal scherp geformuleerde noties, geïnspireerd op het rijke gedachtegoed van de Reformatorische Wijsbegeerte. Langs die weg kun je vermijden dat je al te veel moet uitleggen om ideeën uit deze rijke traditie in te brengen in het actuele debat. Zo hebben wij in ons boek Denken, Ontwerpen, Maken geprobeerd in te gaan op eigentijdse vraagstukken in technologie en organisatiekunde zonder ons in het jargon van de Reformatorische Wijsbegeerte te verliezen. In die lijn zou ik graag verder willen gaan.”

Laat een bericht achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* *