In dit artikel zal ik betogen dat er een spanningsvolle relatie zit tussen wetenschap en activisme. Er zijn redenen om terughoudend te zijn met het vermengen van wetenschap en activisme. Toch betekent dat niet dat wetenschappers zich moeten afsluiten van de maatschappij. Integendeel, ze hebben de verantwoordelijkheid om ‘maatschappelijk betrokken wetenschap’ te beoefenen.

Wetenschappelijk activisme

Vorige jaar demonstreerde prof. dr. Reyer Gerlach mee met Extinction Rebellion. De NOS schreef hier een bericht over:

“Dertig jaar lang deed hij er alles aan om als wetenschapper de objectieve buitenstaander te zijn: de man die data vergaart, ze analyseert en er vervolgens over rapporteert. Maar vandaag nam hij afscheid van die rol. Klimaateconoom Reyer Gerlagh van de universiteit van Tilburg, die tussen 2011 en 2014 eindredactie voerde over een deel van een rapport van het VN-klimaatpanel IPCC, is voor zover bekend de eerste Nederlandse ‘IPCC’er’ die met Extinction Rebellion mee protesteert tegen subsidies voor de fossiele industrie.”

“Die switch is heel gradueel, maar de maat is vol”, legt Gerlagh uit. “Als wetenschapper ben je gedrild om onafhankelijk te zijn, om je niet te mengen in discussies en alleen maar te rapporteren: dit zie ik, dit meet ik, dit zijn de consequenties van goed beleid. Maar op een gegeven moment zie je: wat ik heb gerapporteerd – bijvoorbeeld voor het IPCC – daar is te weinig mee gedaan.”

“Dan denk je: ja, ik kan doorgaan als wetenschapper en objectief blijven en gewoon alleen maar informatie geven, maar op een gegeven moment weet je: ik héb die informatie, en die mensen van Extinction Rebellion, die hebben gewoon gelijk.”[1]

Voor veel wetenschappers zal deze vorm van activisme waarschijnlijk net iets te ver gaan. Expliciet als wetenschapper meedoen aan een demonstratie waarbij zelfs sprake is van burgerlijke ongehoorzaamheid, is een vorm van activisme die toch wel aan het uiterste van het spectrum staat van activistische activiteiten.

Er is echter een veelheid van activiteiten is die je zou kunnen scharen onder activisme. In brede zin beoogt de activist maatschappelijke of politieke verandering en daar kun je een verschillende middelen voor inzetten: het schrijven van opinieartikelen voor kranten, organiseren van maatschappelijk debat, opzetten en tekenen van petities, bijdragen in de media, lobbyen, stakingen of boycots.

 De logica van de activist en de wetenschapper

Is er iets mis met deze verschillende vormen van ‘wetenschappelijk activisme’. Niet per definitie. Het is wel goed om te zien dat de ‘logica’ van de activist anders is dan die van de wetenschapper.

De activist wil maatschappelijke verandering. En zoekt daarbij naar middelen om zo effectief mogelijk aandacht van het publiek te krijgen. Om een goede activist te zijn, moet je overtuigd zijn van de doelen die je nastreeft. Je moet zeker weten dat dieren in de bio-industrie een dieronwaardig bestaan leiden, dat de wereld een klimaatramp te wachten staat of dat ieder recht heeft op zijn eigen persoonlijke voornaamwoorden. Twijfel kun je daarbij niet goed gebruiken, dan kun je de barricade niet op. Het debat dat je daarbij aangaat, zal zich vooral richten op het overtuigen van de toehoorder die je perspectief niet deel of nog twijfelt.

De houding die de wetenschapper moeten cultiveren is een andere. Wetenschappers worden geacht zoekend te zijn, open voor wat zich kan aandienen. Als je van tevoren al weet wat er uit je onderzoek moet gaan komen, kun je geen goede wetenschapper zijn. Je moet bereid zijn om op zoek te gaan naar de beste argumenten van je tegenstanders en je vooroordelen opzij te zetten. Voor zover dat mogelijk is natuurlijk. Tenminste moet je bereid zijn om tegenspraak te organiseren en om vervolgens op inhoud en argumenten het gesprek te voeren. Natuurlijk, je bent als wetenschapper zonder twijfel gemotiveerd om bij te dragen aan de maatschappij. Maar om het vol te houden in je wetenschapsgebied moet je toch in eerste instantie gedreven en gefascineerd zijn door je vakgebied en door de vragen, de theorieën en onopgeloste vraagstukken die daarin leven.

Redenen om wetenschap en activisme te scheiden

Deze twee geschetste houdingen hoeven niet noodzakelijk te botsen. Er zijn ongetwijfeld personen die ze kunnen verenigen of van moment  tot moment kunnen scheiden. Toch zijn er redenen om deze rollen enigszins gescheiden te houden. Ik noem er een paar:

Als eerste een enigszins pragmatische reden. Beide rollen, die van de wetenschapper en de activist, hebben we nodig in een maatschappij. We hebben mensen nodig die zich met hart en ziel toewijden aan de publieke zaak, in de politiek of daarbuiten. Maar we hebben ook mensen nodig die zich met hart en ziel wijden aan het zoeken naar waarheid. Voor beide rollen hebben je bepaalde gaven nodig. De activist heeft overtuigingskracht, actiebereidheid en standvastigheid nodig. De wetenschapper heeft een onderzoekende en open houding nodig en toewijding aan een specifieke vraag of wetenschapsgebied. En aangezien we als mensen verschillend zijn en ook nog eens beperkte mogelijkheden en tijd hebben, is het goed als je je op een bepaalde rol toelegt en dat ziet als je roeping, hoe beperkt ook. En in het samenspel van verschillende rollen kan iets moois tot stand komen.

Je zou kunnen zeggen dat het de maatschappelijke rol is van de wetenschapper om zich toe te leggen op het zoeken naar waarheid. Die implicaties uitwerken is de rol van een ander. Het zou kunnen leiden tot rolvervuiling als je die twee te veel met elkaar vermengt. Daarbij komt ook dat, als je floreert in de wetenschap, je waarschijnlijk het soort mens bent dat de eigenschappen bezit die nodig zijn voor het beoefenen van wetenschap (onderzoekende houding, discipline, liefde voor het vak, et cetera) en dat zijn niet per se dezelfde eigenschappen als die een goede activist kenmerken.

De tweede reden om wetenschap en activisme enigszins gescheiden te houden is het voorkomen van wantrouwen richting wetenschap. Wetenschappers die zich heel activistisch opstellen, kunnen verdacht worden (al dan niet terecht) van het misbruiken van wetenschap voor hun eigen politieke voorkeuren. En los van de beeldvorming is het natuurlijk ook een risico dat je selectief gaat shoppen in onderzoeksresultaten, om je standpunt te staven. Voor het brede publiek kan wetenschap dan overkomen als ‘ook maar een mening’, want voor ieder standpunt is wel een onderzoek te vinden dat het ondersteunt.

De derde reden, hieraan gerelateerd, is dat activistische wetenschap polarisatie in de hand kan werken. Als in de wetenschap het gesprek niet meer op basis van feiten en argumenten gevoerd kan worden, waar dan nog wel? Het is misschien maar goed dat prof. dr. Bart Wallet – de VU hoogleraar Joodse geschiedenis die de laatste tijd veel door media gevraagd werd om conflict in het Midden-Oosten te duiden – zich niet activistisch opstelt. In zijn bijdrage zet hij de feiten op een rij en plaatst ontwikkelingen in een historisch perspectief. Als hij zich heel duidelijk zou uitspreken voor een bepaalde partij, zou hij van een grote groep het vertrouwen verliezen (tweede punt) en meedoen in de polarisatie van standpunten.

Verschillende redenen dus om terughoudendheid te zijn in vermengen van wetenschap en activisme. De vraag is echter: is dit alles wat er te zeggen valt? Rijst uit dit verhaal een beeld op van de wetenschapper die zich opsluit in zijn/haar ivoren toren en zich niets gelegen laat liggen aan wat er in de maatschappij gebeurt? Er is zeker meer te zeggen. En dan kom ik bij het tweede deel, namelijk een pleidooi voor maatschappelijk betrokken wetenschap.

Maatschappelijk betrokken wetenschap

Doe je de dingen goed?

De eerste vraag die een maatschappelijk betrokken wetenschapper zichzelf zou moeten stellen is: doe ik de dingen goed? Het is al heel wat als je daarin integer te werk gaat, zorgvuldig, gefundeerd, bereid tot verantwoording. Met andere woorden: dat je je houdt aan de principes en normen voor goed wetenschappelijk onderzoek, die beschreven staan in de Nederlandse gedragscode voor wetenschappelijke integriteit. In deze code staan de principes of wetenschappelijke deugden van eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid centraal.

Vervolgens: doe je de goede dingen?

Vervolgens is het echter niet alleen de vraag of je de dingen goed doet, maar dien je jezelf ook af te vragen of je de goede dingen doet. Dit raakt aan het laatste principe uit de gedragscode die ik zojuist aanhaalde, namelijk ‘verantwoordelijkheid’. Daaronder wordt het volgende verstaan:

Principe verantwoordelijkheid: “Verantwoordelijkheid houdt onder andere in dat men zich rekenschap geeft van het feit dat men als onderzoeker niet in isolement opereert, en daarom binnen de grenzen van het redelijke rekening houdt met de legitieme belangen van bij het onderzoek betrokken personen en dieren, van eventuele opdrachtgevers en financiers, en van de omgeving. Verantwoordelijkheid houdt ook in dat men onderzoek doet dat wetenschappelijk en/of maatschappelijk relevant is”

Dit laatste element betekent dus dat je jezelf de vraag mag stellen: welke maatschappelijke uitdagingen zijn er en hoe draag je daaraan bij als wetenschapper? Als je mogelijkheden hebt om invloed uit te oefenen op het onderwerp dat je bestudeert, lijkt me dat een belangrijke vraag. Veel onderzoek wordt tenslotte publiek gefinancierd en dan mag er ook verwacht worden dat er met het onderzoek een publiek goed gediend wordt.

In dat opzicht zou ik het heel fijn vinden als wetenschappers meer beloond worden door zichtbaar te zijn voor een breder publiek. Daar wordt natuurlijk al het een en ander aan gedaan doordat in onderzoeksaanvragen aandacht is voor valorisatie. Ik ben me ervan bewust dat dit niet voor ieder vakgebied even makkelijk is. Bij exacte en technische en medische wetenschappen werkt het zonder twijfel anders dan bij de sociale en geesteswetenschappen. Deze laatste hebben nadrukkelijk betrekking op de leef- en denkwereld van mensen. Dan zou je toch meer interactie verwachten tussen wetenschap en maatschappij.

Wetenschap en het zoeken naar Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid

Bij deze twee punten heb ik nog niets ingebracht over de rol die het christelijk geloof speelt in wetenschapsbeoefening. Daar wil ik nu als laatste op inzoomen. Wat betekent het geloof in God voor onze wetenschapsbeoefening in verhouding tot maatschappelijke vragen? Als christen worden we uitgenodigd om ons leven in het teken te stellen van het zoeken naar Gods Koninkrijk en Zijn gerechtigheid. En dat mag tot uiting komen in alle terreinen van het leven, ook in het beoefenen van wetenschap.

Over de rol van christelijke intellectuelen is veel te zeggen. Ik licht er één specifiek punt uit, waarvan ik denk dat het in deze tijd belangrijk is. En dat heeft te maken met cultuurkritiek, met het kritisch analyseren van de machten en afgoden van onze tijd. Het belang van dit punt wordt onder andere uitgewerkt het boek Staan in de wereld van nu van Jacques Ellul. Ellul schrijft daarin: “de eerste taak van christen-intellectuelen vandaag de dag is bewustwording (…) De eerste daad, de eerste voorwaarde voor zo’n bewustwording, is een wilde en gepassioneerde vernietiging van mythen, van intellectuele afgoden” (p. 148).

Bob Goudzwaard als inspirerend voorbeeld

Hoe doe je dat? Dat vertel ik graag aan de hand van een voorbeeld dat mij inspireert, namelijk dat van de econoom prof. dr. Bob Goudzwaard (overleden op 20 april 2024, een dag nadat ik deze lezing uitsprak).

Bob Goudzwaard was lange tijd hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij promoveerde op een proefschrift over ‘ongeprijsde schaarste’, waarin hij zich diepgaand heeft beziggehouden met economische theorievorming van wat tegenwoordig ‘externe effecten’ wordt genoemd. Dat zijn effecten van economische activiteit die niet worden doorberekend in de prijs van producten. Milieuschade is daar een belangrijk voorbeeld van.

Een belangrijk boek van Goudzwaard is Kapitalisme en vooruitgang. Daarin analyseert hij de ontwikkeling van het kapitalisme. Goudzwaard is heel kritisch op het vooruitgangsdenken dat typerend is voor de moderniteit. Hij laat op basis van een zeer grondige analyse zien dat het opkomen van het vooruitgangsidee in belangrijke mate te verklaren valt vanuit het afscheid nemen van een aantal klassiek christelijke overtuigingen, zoals het geloof in Gods voorzienigheid en besef dat deze wereld gebroken is en dat de mens niet in staat is om op eigen kracht het ‘verloren paradijs’ te herstellen.

Wat ik sterk vind aan de manier waarop Goudzwaard met deze thema’s bezig was, is dat hij enerzijds toonde wat er mis kan gaan als economie een doel op zichzelf wordt en losgezongen raakt van moraal en religie. Daarmee peilt hij dieper dan de ‘oppervlakte-verschijnselen’, en laat hij zien dat er ideologieën ten grondslag liggen aan de manier waarop we denken, leven en de maatschappij vormgeven. Deze ideologieën kunnen ons ons blind maken voor wat er daadwerkelijk aan de hand is. Geld, techniek, geloof in vooruitgang, maakbaarheid en menselijk kunnen: het kunnen machten worden die ons beheersen in plaats van wij hen.

Goudzwaard bleef anderzijds niet alleen bij de kritische analyse. Hij probeerde ook een nieuwe weg te wijzen, zowel op het gebied van de economische theorie als op het gebied van politiek en beleid. Hij deed voorstellen voor hoe we economische groei kunnen beteugelen, hoe we ongelijkheid kunnen verkleinen. Van die concrete voorstellen kun je natuurlijk van alles vinden, maar vanuit zijn maatschappelijke betrokkenheid stapte hij wel uit de ivoren toren van de wetenschap en ging met zijn verhaal de maatschappij in.

Nu is het goed om te beseffen dat niet iedereen een Bob Goudzwaard in zijn of haar vakgebied hoeft te zijn. Dat moet je ook kunnen. En Bob Goudzwaard zelf profiteerde uiteraard ook van onderzoekers die niet veel meer deden dan bijvoorbeeld economische groeicijfers op een rijtje zetten en analyseren. Maar er gaat van de manier waarop hij bezig was, in ieder geval voor mij, wel een appèl uit.

 


Dit artikel is een bewerking die Teunis Brand hield tijdens de netwerkbijeenkomst voor christenwetenschappers op 19 april 2024.

[1] Bericht van 27 mei 2023, https://nos.nl/artikel/2476719-wetenschapper-doet-mee-met-klimaatblokkade-ze-hebben-gewoon-gelijk.

Recente artikelen

Summer School ‘Hoop’ met Stichting Thomas More

Na decennia van groei, optimisme en vooruitgangsdenken, wordt de huidige tijd getekend door zorg en angst voor de toekomst. Kunnen we nog hopen? Niet voor niets heeft de Rooms-katholieke Kerk…

Do 16 mei 24  | Leestijd: 1 min

Technology and Christianity: Essays on the Interface door Egbert Schuurman

Onlangs is er een bundel Essays verschenen van Egbert Schuurman over technologie en christendom. Hieronder vindt u de Engelse kafttekst. “The Enlightenment of the 18th century ushered in a new…

Ma 13 mei 24  | Leestijd: 1 min