Ronald van Steden, universitair hoofddocent Bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam, schreef het nieuwste boek in onze Verantwoordingsreeks: Het onbehagen van juf Ank: over veiligheid en vertrouwen in roerige tijden. Naar aanleiding van de verschijning van dit boek stelden we hem een aantal vragen.

Waarom heb je ervoor gekozen om nu een boek te schrijven over veiligheid en vertrouwen?

Veiligheid is een enorm groot thema en dat is niet van vandaag of gisteren: het staat al sinds de jaren ‘90 op de agenda. Hierbij valt het me op dat veiligheid veel gaat over criminaliteit, verkeersongelukken en dat soort zaken, maar veiligheid heeft ook heel sterk te maken met het gevoel van onbehagen als diffuse emotie. Er zijn veel maatregelen genomen voor het verbeteren van de veiligheid, die absoluut niet onzinnig zijn, maar waarvan je je wel kunt afvragen of die maatregelen op de juiste vraag antwoord geven, namelijk op het onderliggende gevoel van onbehagen. Wat doe je daar dan tegen? Dat gesprek wordt minder gevoerd.

Het gevoel van onbehagen heeft te maken hebben met de kwaliteit van de samenleving. Dat is de onderliggende existentiële laag van veiligheid. Die kluwen van gevoelens van onbehagen kleeft aan levensbeschouwelijke vraagstukken, namelijk de plek van jezelf in de wereld en hoe je naar de toekomst en sociale verbanden kijkt.

Waaraan merk je dat gevoel van onbehagen in de samenleving?

Mensen voelen zich geen onderdeel meer van het grotere geheel. We hebben een gevoel van morele achteruitgang, een gebrek aan politieke visie, een graaicultuur in de markt, en zien onbeheersbare ontwikkelingen zoals de klimaatcrisis of de vluchtelingenstroom. Mensen voelen zich onrustig en missen solidariteit. Het Sociaal en Cultureel Planbureau spreekt over een verliesgevoel: verlies van gemeenschap en een verlies van bestaanszekerheid. Populistische partijen spelen daar op in. We moeten het verlangen naar een hecht Nederland aan de ene kant serieus nemen, aan de andere kant wil ik niet meegaan in een betoog dat gericht is tegen bepaalde groepen. Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving.

Hoewel het idee dat Nederland polariseert deels berust op perceptie, is dat nog steeds een echt probleem. Een paar kleine groepen maken veel lawaai en dat wordt uitvergroot door de media. Daardoor kunnen zij de dynamiek leiden en wordt de versplintering ook groter. Tegelijkertijd is er een grote middengroep die stiller en genuanceerder is. Toch kan perceptie ook realiteit worden, want mensen gaan zich ernaar gedragen. Ik zoek daarom naar een verbindend verhaal. Dat meer gaat over verbondenheid en geborgenheid dan over veiligheid en polarisatie.

Is de manier waarop christenen en niet-christenen veiligheid ervaren anders, en zou dat anders moeten zijn?

Ik durf niet te zeggen of christenen en niet-christenen veiligheid anders ervaren. Daar zou je onderzoek naar moeten doen. Het is wel zo dat als je naar de christelijke traditie kijkt, je een verrassende invalshoek ziet is als het gaat om veiligheid en vertrouwen. In de christelijke traditie is aardse veiligheid wel degelijk belangrijk, maar we moeten niet afhankelijk zijn van aardse veiligheid, er moet ook geloofsvertrouwen zijn. Juist dat element mis ik in het publieke debat.

We zijn beland in een meetmaatschappij: we willen alles meten en onder controle houden. We gaan mensen steeds meer zien als een risico. Dat brengt onbehagen met zich mee. Christenen zouden meer onderling vertrouwen moeten hebben, omdat we weten dat we als mensen niet alles onder controle kúnnen houden. We zouden moeten weten dat er meer is dan aardse veiligheid vanuit ons geloof. Het is ook niet toevallig dat geloof en vertrouwen in de Bijbel als synoniem worden gezien. Ik heb het idee dat er veel behoefte is aan dit type vertrouwen in de samenleving: het verlangen om gezien, gehoord en gedragen te worden.

Heb je tips om dit in praktijk te brengen?

Dat begint natuurlijk heel klein. Het gevoel van vertrouwen en geborgenheid begint al bij je eigen buurt. Ga naar buiten en kijk naar elkaar om. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Mensen moeten werken, voor een gezin zorgen, maar hoeveel tijd houden we nog over om bezig te zijn met de dingen waar het leven echt om draait? Hoeveel tijd houden we over om naar onze naaste te kijken? Moeten we niet meer rust en bezinning in acht nemen?

De vraag is of je aan een knop kunt draaien om veiligheid en vertrouwen te kweken. Plekken waar mensen elkaar ontmoeten, zoals verenigingen en kerken, lopen leeg. Dat maakt het lastig om onderdeel van een geheel te zijn. Kerken kunnen hun stem wel duidelijker laten horen in het maatschappelijke debat. Ook vanuit moskeeën, synagogen, en andere breed levensbeschouwelijke gemeenschappen mag er een krachtiger tegengeluid te horen zijn. Het is tijd voor een nieuwe taal. De christelijke partijen kunnen verandering in boodschap en taal uitdragen. Ze kunnen het goede voorbeeld geven door sterker in termen van vertrouwen, verbinding en geborgenheid te spreken. Ik hoop dat de christelijke partijen dat ook actiever oppakken.


Dit interview verscheen in de nieuwste Aspecten. Lees hier de rest van de nieuwsbrief.

 

Recente artikelen

Modetheologie – het nieuwste deel van de Verantwoordingsreeks

Het nieuwste deel van de verantwoordingsreeks is uit: Modetheologie, geschreven door Robert Covolo. Heeft mode iets met theologie te maken? Op het eerste gezicht niet. Mode wordt vaak geassocieerd met…

Ma 10 jun 24  | Leestijd: 1 min

Summer School ‘Hoop’ met Stichting Thomas More

Na decennia van groei, optimisme en vooruitgangsdenken, wordt de huidige tijd getekend door zorg en angst voor de toekomst. Kunnen we nog hopen? Niet voor niets heeft de Rooms-katholieke Kerk…

Do 16 mei 24  | Leestijd: 1 min