Stichting voor Christelijke Filosofie

Nieuws

Op 8 april 2019 vond in het academiegebouw van de Universiteit Utrecht een Veritas-forum plaats i.s.m. Stichting voor Christelijke Filosofie met als thema Ik stuntel, dus ik ben. Over de grens tussen gelukken en mislukken. Meer dan 200 studenten en andere geïnteresseerden waren getuige van een boeiend debat in het kader van de Maand van de Filosofie.

 

Aan de hand van het thema zoomden we in op ons beeld van en visie op de mens. In hoeverre is de mens een stuntelend wezen en welke plek mag stuntelen hebben in ons mens-zijn? Enerzijds wierpen we de vraag op of er in onze prestatiemaatschappij ruimte is voor imperfectie, gebrokenheid, kortom gestuntel. Anderzijds wilden we nagaan welke rol verantwoordelijkheid nog speelt als we de stuntelende kant van de mens onderkennen.

 

De vraag naar de rol van gestuntel en verantwoordelijkheid kwam duidelijk naar voren in de ‘bonnetjesaffaire’ rondom de toenmalige burgemeester van Rotterdam, Bram Peper. Onder leiding van EO-presentator Andries Knevel ging hij in gesprek met gedragswetenschapper Ben Tiggelaar. Verder sprak journaliste Rinke Verkerk aan het begin van de avond een column uit en blikte ze op het eind terug.

 

Bekijk de opname van de avond via https://www.youtube.com/watch?v=UGxLXG0MXZ0&feature=youtu.be

Onze hoogleraar Govert Buijs heeft met Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk de Socratesbeker 2019 gewonnen met hun boek Het goede leven en de vrije markt. De prijs is 30 maart uitgereikt voor het beste Nederlandstalige boek van 2018 in het kader van de start van de Maand van de Filosofie.

De jury prijst de zorgvuldige manier waarop de auteurs de verschillende filosofische tradities tegen elkaar afwegen en toegankelijk maken voor een breed publiek. Ze vindt het ook een pluspunt dat de auteurs de verhouding tussen het persoonlijke en de filosofie expliciet tot thema hebben gemaakt.

Zie voor meer informatie https://www.maandvandefilosofie.nl/socratesbeker

 

Liefde voor het vak, dat heeft Renée van Riessen zeker: als filosoof, dichter en bijzonder hoogleraar christelijke filosofie. Ze is gegrepen door de filosofie van Buber en Levinas, maar praat net zo hartstochtelijk over Vondel en Multatuli. Evengoed windt ze zich op over de teloorgang van de klassieken in het Nederlandse onderwijs en de uitholling van het leraarschap. “Je kunt als docent alleen maar inspireren als je iets brengt waar je enthousiast over bent.”


Lees hier het hele interview met Renée van Riessen in ‘Op Adem’ (Verus)

In onze boekenreeks is opnieuw een boek van de Amerikaanse christen-filosoof Nicholas Wolterstorff verschenen. In 2017 brachten we Denken om shalom uit, waarin Wolterstorffs zoektocht naar een christelijke visie op allerlei maatschappelijke praktijken werd besproken. In dat boek wijdde dr. ir. Rob Nijhoff, redacteur van de reeks, al een hoofdstuk aan het denken van Wolterstorff over liturgie. Ook kondigde hij in dat verband de vertaling aan van The God We Worship, De God die wij aanbidden, dat nu uitgekomen is.

 

Zoals Rob Nijhoff en dr. Bart Cusveller, mederedacteur van onze reeks, in het Woord vooraf schrijven, past dit boek in de grotere gerichtheid van Wolterstorff bij het ouder worden op de omgang tussen God en ons mensen. Ook al is dit boek een verkenning in liturgische theologie, Wolterstorff ontpopt zich als filosoof door over christelijke vieringen te reflecteren en zich daarbij de vraag te stellen wat liturgische elementen over God zeggen. In de Nabeschouwing bespreekt prof. dr. Hans Schaeffer, hoogleraar Praktische Theologie aan de Theologische Universiteit Kampen, wat dit boek te bieden heeft voor de verdere doordenking van liturgische praktijken in Nederland.

 

De God die wij aanbidden. Op verkenning in de liturgische theologie kost € 21,90 (excl. verzendkosten). U kunt het bestellen door contact op te nemen met Marieke Haan via info@christelijkefilosofie.nl of 033-4328288.

Cursus Wijsgerige Ethiek Universiteit van Maastricht

 

In de jaren 2009-2010 tot en met 2018-2019 heb ik als onderdeel van mijn leerstoel Christelijke Filosofie in Maastricht het vak ‘Wijsgerige Ethiek’ gedoceerd. Dit is een keuzevak op het University College Maastricht (UCM).

 

Opzet

Toen ik dit vak overnam, waren er elk jaar tussen de 6 en 12 studenten. Persoonlijk was ik minder gelukkig met de toenmalige opzet, onder andere omdat niet alle belangrijke stromingen in de ethiek werden besproken. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een opzet waarin de volgende filosofen/stromingen besproken werden:

  • Aristoteles: het deugdzame leven
  • Epictetus: leven volgens de orde van de natuur
  • Augustinus en Calvijn: het christelijke leven
  • Bentham en Mill: leven naar de maat van de utiliteit
  • Kant: leven naar de morele wet van de ratio
  • Nietzsche: de ‘grand style’
  • Habermas: consensus in dialoog
  • Levinas: het humanisme van de Ander
  • Ethiek van de duurzaamheid
  • Bedrijfsethiek

 

Methode

Op het UCM wordt de methode van het Problem Based Learning gebruikt (PBL). In totaal zijn er twaalf bijeenkomsten van 2 uur. Er wordt gewerkt met groepen van 12 studenten en één tutor. De eerste meeting wordt gebruikt als introductie en voor de ‘pre-discussion’ van Aristoteles. Op basis van informatie in de handleiding bepalen de studenten zelf wat hun probleemstelling is en welke leerdoelen ze willen bereiken. Na deze meeting gaan de studenten zelf aan de slag. Ze moeten zelf onderzoek doen naar de achtergronden van de ethiek van Aristoteles. Ook moeten ze twee teksten lezen: circa 20 bladzijden uit de Nicomachean Ethics van Aristoteles en ruimt 10 bladzijden uit het boek After Virtue van Alasdair MacIntyre.

 

De tweede meeting begint met de ‘post-discussion’: de studenten proberen samen de leerdoelen met betrekking tot Aristoteles te bereiken op basis van de stukken die ze hebben gelezen. De taak van de tutor is om te stimuleren dat elke student actief participeert, in te grijpen als de discussie vastloopt en waar nodig de gegeven antwoorden aan te scherpen. Het laatste half uur wordt gebruikt voor de pre-discussion van de volgende taak – in dit geval over Epictetus. Enzovoorts.

 

PBL is een leuke methode. Het vergt veel van de docent. Je moet twee uur scherp luisteren en steeds weer afwegen of je moet ingrijpen of niet. In de praktijk krijgen de studenten de teksten goed onder de knie.

 

Ook geef ik twee hoorcolleges. In één hoorcollege geef ik op basis van het denken van Luc Ferry een overzicht van de geschiedenis van de filosofie en daarmee de geschiedenis van de ethiek. In een tweede hoorcollege worden de verschillende benaderingen met elkaar vergeleken.

 

Paper

Als afsluiting moeten de studenten een lange paper schrijven (4500 woorden). Ze zijn vrij om een onderwerp te kiezen. Op basis van een case study moeten ze dan een ethisch oordeel geven op basis van twee of drie verschillende ethische perspectieven. De studenten vinden het erg leuk om zelf een onderwerp uit te kiezen. De variatie is dan ook erg groot: burgerschap voor robots, hulp aan een vluchtelingenkind door een journalist, martelen voor het goede doel, invasie in Irak, Verenigd Europa, vernietigen van embryo-cellen, ethiek van geslachtsverandering, Crisp techniek, slavernij, witte leugens, borstvergroting, Chinese ‘social credit system’, nazi’s en fascisten in democratische systemen, lobbyen, eten van vlees et cetera. Een enkele keer heb ik een student(e) begeleid om haar scriptie om te zetten in een artikel voor Sophie.

 

Existentiële vragen

Elk jaar heb ik wel één of twee studenten die met existentiële vragen naar me toekomen en waarmee ik dan verder doorpraat. In enkele gevallen heeft dit geresulteerd in een scriptie waarin de student(e) verschillende filosofen onderzocht om meer zicht te krijgen op de zin van zijn of haar leven. Enkele jaren geleden kreeg ik nog een mail van een studente, die vijf jaar eerder zo’n scriptie had geschreven en die mij met veel plezier vertelde dat ze haar leven weer ‘op de rit’ had.

 

Resultaten

In de loop van de jaren zijn de aantallen studenten snel gegroeid. In het eerste jaar had ik één groep studenten. Het jaar daarna drie groepen. En weer enkele jaren later vier groepen. De studenten maken veel mond-op-mond reclame voor mijn vak: ze vinden het heel leuk.

 

De evaluaties zijn in het algemeen erg positief (schaal: 1-5): algemeen oordeel over de cursus en het algemene oordeel over de tutor (ondergetekende) was alle jaren circa 4,5. En dat is hoog. Ook scoort de cursus hoog op de ondersteuning van het individuele leerproces: circa 4,6. Response was circa 90%.

 

Vervolg

In juni 2019 zal ik mijn onderwijsactiviteiten beëindigen. Ik ben nu bezig om de cursus aan iemand anders over te dragen. Op vrijdag 4 oktober 2019 zal ik formeel mijn afscheidsrede houden.

 

Maarten Verkerk

19 februari 2019

NPV, RD en Lindeboom Instituut meten kennis over onderzoek met embryo’s

 

Op 24 januari lanceren de NPV, het Lindeboom Instituut en het Reformatorisch Dagblad een kennismeting onder christenen over onderzoek met embryo’s. “Een actueel, maar ook een beladen onderwerp,” vertelt Diederik van Dijk, directeur bij de NPV. “Wetenschappers willen ook in Nederland bakens verzetten, zoals embryo’s speciaal kweken voor onderzoek. We zijn benieuwd wat christenen daarover weten.”

 

“Er zijn allerlei medisch-wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van het levensbegin. Bewustwording en christelijk-ethische bezinning zijn broodnodig. Daarom werkt het Lindeboom Instituut ook aan twee boekprojecten over het levensbegin,” vertelt Sander Luitwieler, directeur van het Lindeboom Instituut en van Stichting voor Christelijke Filosofie.

 

De organisaties slaan, samen met het Reformatorisch Dagblad, de handen ineen rond een kennisonderzoek onder christenen. Daarnaast wordt de kennismeting ook uitgezet onder een brede groep van de Nederlandse bevolking. Het onderzoek sluit aan bij actuele ontwikkelingen rond het menselijke embryo: wetenschappelijk onderzoek met embryo’s, aanpassingen van het DNA in de embryonale fase en embryoselectie.

 

De uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt voor bewustwording en het maatschappelijk debat over onderzoek met embryo’s en het ingrijpen in het DNA van mensen. De onderzoeksresultaten worden in het voorjaar van 2019 verwacht.

 

Deelnemen aan dit onderzoek? Ga naar https://v4vragenlijst.directresearch.nl/open/416

Onze jaarlijkse conferentie vindt plaats op 26 januari 2019. U bent van harte welkom om hierbij aanwezig te zijn! Het thema is Individu en gemeenschap: een christelijk-filosofisch perspectief.

 

Ruim vijftig jaar na ‘mei 1968’ lijkt het individualiseringsproces dat in die jaren een impuls kreeg op zijn grenzen te stuiten. De recente opleving van het populisme, zowel in Europa als de VS, toont de behoefte van mensen om zich te identificeren met iets dat groter is dan henzelf en bij een gemeenschap te horen, in dit geval een natie. Dit is eerder een reactie op te ver doorgeschoten individualisering dan een kwestie van of-of: of individu of gemeenschap. Velen van ons voelen zich aangetrokken tot beide polen en zoeken naar een bepaalde mix of balans tussen beide.

 

Ook de christelijke traditie heeft waardering voor zowel individu als gemeenschap. Het christendom gaat uit van een relationeel mensbeeld, waarin een mens tot bloei komt in relaties met anderen – God, de naaste en de schepping. Dit gaat terug op de idee dat de mens naar Gods beeld geschapen is en God zelf een relationeel wezen is, waarbinnen liefde en gemeenschap tussen Vader, Zoon en Geest centraal staan. Binnen de reformatorische wijsbegeerte komt dit tot uiting in een waardering voor verschillende soorten samenlevingsverbanden, waarin mensen zijn opgenomen en tot bloei kunnen komen.

 

Tegelijkertijd wordt in de christelijke traditie veel waarde gehecht aan het individu. Het christendom heeft zelf voeding gegeven aan de kijk op de mens als een individu. Denk aan Augustinus, die als een van de eersten aandacht vroeg voor het innerlijk van de mens, de nadruk van de Reformatie op de individuele relatie met God, en Kuyper, die ook pleitte voor de ‘soevereiniteit van de individuele persoon’.

 

Tijdens het interactieve ochtendprogramma verkent prof. dr. Govert Buijs individu, gemeenschap en hun onderlinge verhouding vanuit christelijk-filosofisch perspectief. Heeft één van beide het primaat? Als er een spanning bestaat tussen beide, kunnen ze dan met elkaar worden verzoend? En hoe kan christelijke filosofie van waarde zijn in het spanningsveld tussen individu en gemeenschap in onze tijd en cultuur? Uw inbreng wordt zeer op prijs gesteld.

 

Programma

10.00    Ontvangst met koffie/thee en boekenmarkt
10.30    Opening
10.45    Lezing en discussie over Individu en gemeenschap: een christelijk-filosofisch perspectief – prof. dr. Govert Buijs, hoogleraar namens Stichting voor Christelijke Filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam
12.00    Kijkje in de keuken van Stichting voor Christelijke Filosofie
12.15    Lunch en boekenmarkt
13.30    Eerste ronde workshops
14.45    Tweede ronde workshops
15.45    Borrel

 

Workshops

Na een hartverwarmende lunch kunt u ’s middags deelnemen aan een aantal boeiende workshops. Veel daarvan sluiten aan bij het ochtendthema. Aan het begin van de conferentie kunt u zich opgeven voor twee van de volgende workshops:

 

Ronde 1 (13.30-14.30 uur)

  1. Autonomie en gemeenschap in de psychotherapie – dr. Bert Loonstra
  2. Het individu en de gemeenschap in herdenkingspraktijken – dr. Rik Peels
  3. Actuele vragen met betrekking tot de vrijheid van onderwijs – mr. Fenneke Zeldenrust MA
  4. Dooyeweerd voor ‘dummies’ – prof. dr. Maarten Verkerk

 

Ronde 2 (14.45-15.45 uur)

  1. Het zelf. De invloed van Fichte op Kierkegaard – Suzan ten Heuw MA
  2. Twee geloven meer dan één – prof. dr. ir. Jeroen de Ridder
  3. De socio-economie van Etzioni – dr. ir. Roel Jongeneel
  4. De kwaliteit van relaties volgens de joodse filosofie – prof. dr. Renée van Riessen (komt helaas te vervallen)

 

Klik hier voor een beschrijving van deze workshops.

 

Locatie & aanmelding

Evangelische Hogeschool Amersfoort
Drentsestraat 1
3812 EH Amersfoort

 

Stuur (bij voorkeur) een e-mail naar info@christelijkefilosofie.nl of bel 033 – 43 28 288, dan maken we uw aanmelding in orde. Dit kan tot uiterlijk 21 januari 2019.

 

Toegangsprijs & betaling

Studenten: gratis
Leden Vereniging voor Reformatorische Wijsbegeerte: € 15,-
Niet-leden: € 20,-

In de toegangsprijs zijn koffie/thee, lunch en borrel na afloop inbegrepen.

 

Gelieve dit bedrag over te maken op NL33 INGB 0001 2095 98 t.n.v. Stichting voor Christelijke Filosofie in Amersfoort o.v.v. ‘8214 Conferentie 2019’.

 

 

 

 

 

Stichting voor Christelijke Filosofie benoemt dr. ir. Jeroen de Ridder per 1 januari 2019 tot bijzonder hoogleraar Christelijke filosofie aan de Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap van de Rijksuniversiteit Groningen.

 

‘Deze leerstoel is een kans om samen met studenten en collega’s na te denken over de grote vragen rond wetenschap en levensbeschouwing,’ aldus Jeroen de Ridder. ‘Dat zijn de bekende vragen over schepping en evolutie, wonderen, en de redelijkheid of onredelijkheid van religieus geloof, maar de laatste jaren zijn er zoveel meer wetenschappelijke ontwikkelingen die om filosofische doordenking vragen: laten de hersenwetenschappen echt zien dat we geen vrije wil hebben en geen ziel? Kun je de moraal en religieus geloof helemaal verklaren vanuit de evolutie en laat dat dan zien dat het illusies zijn?’

 

In het verleden heeft Stichting voor Christelijke Filosofie een leerstoel gehad aan de Faculteit der Wijsbegeerte, voor het laatst bekleed door prof. dr. Henk Geertsema (1985–2005). Dr. Sander Luitwieler, directeur van de Stichting: ‘De laatste jaren vindt het gesprek tussen levensbeschouwingen meer en meer plaats aan faculteiten op het terrein van theologie en religiewetenschap. Zo ook bij de Groningse Faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschap, waar al diverse bijzondere leerstoelen gevestigd zijn die zich vanuit een specifieke levensbeschouwelijke traditie bezighouden met de relaties tussen geloof en de moderne samenleving. Stichting voor Christelijke Filosofie is dan ook blij dat ze met de Groningse Faculteit samen kan werken om deze nieuwe leerstoel mogelijk te maken.’

 

 

Analytische godsdienstfilosofie

De nieuwe leerstoel geeft verder uitdrukking aan een inhoudelijke blikverbreding van de Stichting. Luitwieler: ‘Vanouds was ze vooral georiënteerd op de reformatorische wijsbegeerte van Herman Dooyeweerd, Dirk Vollenhoven en hun opvolgers. De laatste jaren is er meer aandacht gekomen voor andere stromingen binnen de christelijke filosofie, zoals de analytische godsdienstfilosofie, waarvan Alvin Plantinga en Nicholas Wolterstorff belangrijke vertegenwoordigers zijn.’

 

In Nederland is Jeroen de Ridder één van degenen die zich hier veel mee bezig heeft gehouden, bijvoorbeeld in het boek En dus bestaat God: de beste argumenten, dat hij een aantal jaren geleden samen met Emanuel Rutten publiceerde. Sander Luitwieler: ‘Jeroen de Ridder mengt zich soepel en op hoog niveau in zowel het wetenschappelijke als het maatschappelijke debat. Hij is een bruggenbouwer en bij uitstek in staat om de reformatorische wijsbegeerte en de analytische godsdienstfilosofie met elkaar te verbinden.’

 

Jeroen de Ridder zegt daar zelf over: ‘De reformatorische wijsbegeerte heeft bijvoorbeeld altijd benadrukt dat onze gewone alledaagse ervaring het startpunt moet zijn van filosoferen, ook in het nadenken over religieus geloof. In de analytische godsdienstfilosofie gaat het echter vaak over abstracte theoretische kwesties, die losgeweekt zijn uit hun alledaagse context. Daar liggen interessante vragen: hoe kun je bijvoorbeeld nadenken over de redelijkheid van religieus geloof als je meeweegt dat dat in de alledaagse praktijk meestal geen kwestie is van abstract redeneren, maar van rituelen, vertrouwen en handelen?’

 

Hij zal een bijdrage leveren aan godsdienstfilosofisch onderwijs en onderzoek in Groningen en meedoen aan het maatschappelijke debat. De Ridder: ‘Ik wil heel graag in gesprek met de studenten in Groningen om van hen te horen wat hen bezighoudt als het gaat over levensbeschouwing en wetenschap. Tijdens de gewone colleges kom je vaak maar weinig aan zulke grote vragen toe, terwijl ze juist ontzettend belangrijk zijn voor brede academische vorming.’

 

 

Loopbaan Jeroen de Ridder

Dr. ir. Jeroen de Ridder (1978) werd geboren in Leerdam en studeerde cum laude af in zowel de Technische Bestuurskunde (TU Delft) als de Filosofie (VU Amsterdam). In 2007 promoveerde hij aan de Technische Universiteit Delft op een techniekfilosofisch proefschrift getiteld Explaining Artifacts, Reconstructing Design. Sinds 2008 is hij verbonden aan de Afdeling Filosofie van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam, vanaf 2017 als universitair hoofddocent.

 

Hij ontving eerder een NWO Veni beurs (2009) voor een onderzoeksproject over de effecten van commercialisering in de wetenschap en een NWO Vidi beurs (2015) voor een project over kennisproductie in liberale democratieën. Samen met René van Woudenberg en anderen verwierf hij twee grote onderzoekssubsidies van de Templeton World Charity Foundation voor projecten over sciëntisme en de verantwoordelijkheden van de universiteit.

 

In 2017 werd hij benoemd tot lid van De Jonge Akademie van de KNAW. Hij publiceert regelmatig in internationale filosofietijdschriften en binnenkort verschijnt bij Oxford University Press de bundel Scientism: Prospects and Problems, die hij samen met Rik Peels en René van Woudenberg redigeerde.

 

Terwijl in 2016 een Engelse versie van Denken, ontwerpen, maken uitkwam, is er nu een Portugese vertaling verschenen. Dit boek over techniekfilosofie is geschreven door Maarten Verkerk, Jan Hoogland, Jan van der Stoep en Marc de Vries. Ga voor meer informatie naar http://ultimato.com.br/sites/filosofia-da-tecnologia/.