Stichting voor Christelijke Filosofie

Nieuws

Maarten J. Verkerk Hoogleraar in beeld

Bijzonder hoogleraar Maarten Verkerk was lid van de adviescommissie ‘Voltooid Leven’ en in deze editie van Aspecten bevraagt Christine Boshuijzen- van Burken hem over zijn bijdrage aan deze maatschappelijk ingewikkelde kwestie.

De commissie ‘Voltooid Leven’ onderzocht in opdracht van het ministerie voor Volksgezondheid, Sport en Welzijn en het ministerie voor Veiligheid en Justitie de juridische mogelijkheden met betrekking tot hulp bij zelfdoding aan mensen die hun leven voltooid achten. De commissie bestond uit zeven hoogleraren en één academisch gevormde deskundige, allen met uiteenlopende achtergronden. Hoe raakt een hoogleraar Christelijke Filosofie bij een dergelijke commissie van wijzen betrokken?

Volgens Verkerk wilde men er een filosoof-ethicus bij hebben én wilde men de breedte van het Nederlandse volk vertegenwoordigd zien. Dit betekende dat ook de christelijke stem gehoord mocht worden. Verkerk: “Waarom men precies mij gekozen heeft weet ik niet. Wel denk ik dat het te maken had met het feit dat ik vanuit Vita Valley een studie gedaan heb naar kwetsbare ouderen en dat een deel van de aanleiding de leerstoel christelijke filosofie is geweest.” Lang hoefde Verkerk er niet over na te denken: “Als je gevraagd wordt, zeg je geen nee. Ik vond het een eer. Als jouw kennis en expertise gevraagd wordt omtrent een complex maatschappelijk vraagstuk dan heb je de morele verantwoordelijkheid om op de vraag van de ministers een positief antwoord te geven.”

De conclusie van het rapport is dat het niet wenselijk is om de juridische kaders voor euthenasie aan te passen. Verkerk legt uit dat de commissie tot deze conclusie is gekomen na een grondige analyse van wat ‘voltooid leven’ is.  Daarnaast heeft de commissie casussen bekeken en gesprekken gevoerd. Het viel haar op dat veel mensen met een ‘voltooid leven’ problematiek ook ernstige somatisch-psychische klachten hadden en vanwege deze klachten al euthanasie zouden kunnen krijgen. Dat was een constatering. Voor deze groep mensen is een wijziging van de euthanasiewet dan ook niet nodig. Daarnaast is er veel discussie geweest over zelfbeschikking als waarde en uitgangspunt. De euthanasiewet is gebaseerd op de waarden van barmhartigheid en bescherming van het leven. Verkerk: “Als de basis van deze wet zelfbeschikking zou worden dan verandert het hele karakter van de wet. Dan zou de arts alleen nog maar het “ja, ik wil dood” moeten controleren en zou er geen sprake meer zijn van bescherming van het leven.” De tweede aanbeveling van de commissie is dat hulp bij zelfdoding in handen moet blijven van de medische beroepsgroep in verband met deskundigheid, veiligheid en toetsbaarheid.

Verkerk heeft gedurende het onderzoek christelijk wijsgerige inzichten voortdurend in zijn achterhoofd gehad en soms ook expliciet gemaakt. Verkerk: “Ik heb bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de aspectenleer bij het onderscheiden van existentieel lijden, sociaal lijden en psychologisch en somatisch lijden. Daarnaast was er het betoog dat een belangrijke verantwoordelijkheid van de overheid het beschermen van het leven is. Hier heeft Dooyeweerd een heel eigen theorie over.”

Over de praktische kant van het deelnemen aan de commissie zegt Verkerk het volgende: “Het was wel een aanslag op mijn tijd. Één keer per maand vergaderen en daarbuiten een halve dag lezen en in laatste vier maanden één á twee dagen in de week schrijven en lezen van de teksten.” Over het resultaat zegt Verkerk: “Ik sta 100% achter het rapport. Er zijn natuurlijk dingen die ik wel anders had willen zien,  maar ik kan er met het oog op mijn eigen moraal prima mee uit de voeten en ben blij dat er uiteindelijk best veel aandacht was voor de ethische kant van de kwestie.”

Op de vraag of er tips zijn voor christelijke filosofen wanneer hen gevraagd wordt voor een levensbeschouwelijk uiteenlopende commissie omtrent complex maatschappelijk vraagstukken antwoordt Verkerk: “Zelf ben ik te rade gegaan bij collega’s die in dergelijke commissies hebben gezeten en ik heb hen gevraagd hoe om te gaan met ‘christelijke argumenten’. Ik kreeg maar één advies, wat ik graag doorgeef: “Hou je bijbel dicht.” Probeer je argumenten zó te formuleren dat ze acceptabel zijn voor de andere commissieleden die een andere maatschappelijke achtergrond hebben”. Als voorbeeld noemt hij Thomas van Aquino, die zelfdoding afkeurde op drie gronden. Allereerst omdat het niet goed is voor jezelf, ten tweede omdat het niet goed is voor de maatschappij en ten derde keurde hij zelfdoding af vanuit religieus oogpunt. Volgens Verkerk gebruiken christenen vaak ten onrechte uitsluitend het derde argument. Zelf heeft Verkerk de nadruk gelegd op de eerste twee argumenten, want, zo stelt hij: “Als je belijdt dat de wereld geschapen is door het Woord van God, dan kun je in die geschapen werkelijkheid ook argumenten naar voren brengen zonder dat je hoeft terug te vallen op religieuze argumenten.” Hij vult aan: “Misschien maak je het jezelf als christen daar wel eens te makkelijk mee.” Hierin doelt Verkerk op de neiging die sommige christenen hebben om alles alleen door middel van bijbelcitaten te willen motiveren.

Tot slot meldt Verkerk: “Het was erg leuk om als commissie met zo’n complex onderwerp bezig te zijn vanuit diverse achtergronden en dan tóch tot een eenduidige conclusie te komen. Dat is best uniek.”