Stichting voor Christelijke Filosofie

In Memoriam prof. dr. Jacob Klapwijk (1933-2021)

In Memoriam prof. dr. Jacob Klapwijk (1933-2021)

Door: prof. dr. René van Woudenberg

Toen ik in 1977 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam Nederlands ging studeren, bleek dat we ook het vak “Wijsgerige Vorming” moesten volgen. Dat college werd gegeven door Prof. Klapwijk. De colleges gingen over waarheid, over het verificatiebeginsel van betekenisvolheid, over het verschil tussen zinvolle, zinloze en onzinnige uitspraken (allemaal thema’s die de neopositivisten in het Interbellum hevig bezighielden), over de fascinerende figuur van Wittgenstein en diens kritiek op het neopositivisme. Ik bezocht de colleges en was onmiddellijk verkocht. Ik wist niet wat ik hoorde, en ik wist niet dat filosofie een vak is dat je kunt studeren. Na afloop van een van de colleges ben ik op prof. Klapwijk afgestapt om te vragen of ik nog meer filosofie-colleges kon volgen. Het liep erop uit dat ik een tweede studie begon te doen.

Klapwijk was een geweldig goed docent. Hij verstond de kunst verstond om filosofische gedachtegangen ‘van binnen uit’ te presenteren, begrijpelijk te maken—zelfs zo dat je dacht “daar valt geen speld tussen te krijgen, wie kan hier nog iets tegen in brengen.” Maar dan ging hij verder en bleken er toch altijd wel kanttekeningen te maken te zijn, of kritiek uit te oefenen, of een niet voorzien probleem aan te wijzen. Zijn colleges zaten erg goed in elkaar, ze waren helder van opbouw, hij debiteerde geen zweverige onnavolgbare diepzinnigheden. Het was ook duidelijk dat Klapwijk innerlijk sterk betrokken was bij de onderwerpen waarover hij doceerde. Hij was sensitief en subtiel.

Ik was aan de VU gaan studeren omdat ik had gehoord dat dat een christelijke universiteit zou zijn. Aanvankelijk merkte ik daar niet zo veel van, maar toen ik het net verschenen boekje van Klapwijk, Dialektiek der Verlichting (1977) ging lezen, dat handelde over de Neomarxisten uit de zgn. Frankfurter Schule, las ik over ‘het Messiaanse licht’—en bemerkte ik dat hij vanuit het christelijk geloof het filosofische gesprek met de Neomarxisten aanging. Ik werd er totaal door gefascineerd.

Later ben ik Klapwijks student-assistent geworden, als opvolger van (nu Dr.) Klaas van der Zwaag. Toen heb ik begrepen dat Klapwijk in een bepaalde traditie stond—de traditie waarvan de VU hoogleraren Dooyeweerd en Vollenhoven de inauguratoren waren. Klapwijk had theologie en filosofie gestudeerd aan de VU en was in 1970 cum laude gepromoveerd bij prof. S.U. Zuidema op een proefschrift getiteld Tussen Historisme en Relativisme dat handelde over de dynamiek van het historisme, ruwweg het idee dat alles historisch van aard is, alles ‘im Werden begriffen’, en dat er geen constantes of zekerheden zijn. Hoofdfiguur was de 19de eeuwse theoloog/filosoof Ernst Troeltsch. Het thema van historiciteit en ontwikkeling heeft hem nooit meer losgelaten.

Een andere thema dat zijn volle aandacht had was het idee van christelijke filosofie, hoe dat vormgegeven zou kunnen worden en welke ‘methode’ daarvoor gebruikt zou kunnen worden. Wat dit laatste betreft zocht hij naar een weg tussen anti-these (ruwweg gezegd: algeheel afwijzen van niet-christelijk denken—een Kuyperiaans thema) en synthese (ruwweg: kritiekloos aanvaarden van niet-christelijk denken, een schrikbeeld voor Dooyeweerd en Vollenhoven). Zijn eigen tussenweg heeft Klapwijk uitgewerkt in het idee van ‘transformationele filosofie’—dat hij in een interview met George Puchinger in 1980 als volgt onder woorden bracht: “Augustinus werkte met het zogenaamde spoliatio-thema: bij de uittocht uit Egypte moesten de Israëlieten de Egyptenaren beroven van hun goud en zilver. Dat geroofde goed moest vervolgens worden gesmolten en gezuiverd alvorens het gebruikt kon worden in de dienst van Jahwe. Reformatie door transformatie, dat is zo’n beetje mijn program.” Goud en zilver staan hier, het is nodeloos om het te zeggen, voor de denkschatten van de eeuwen. Dit idee heeft Klapwijk onder meer uitgewerkt in het door Sander Griffioen en ondergetekende geredigeerde boek Transformationele filosofie. Cultuurpolitieke ideeën en de kracht van een inspiratie (1995).

In 2008 verscheen, zelfs voor vrienden en bekende tamelijk onverwacht, bij Cambridge University Press Klapwijks belangrijke boek Purpose in the Living World? Creation and Emergent Evolution. Het kan gezien worden als een bijdrage aan de discussie die onder meer door Cees Dekker en Gijsbert van den Brink was ontketend over schepping, evolutie en Intelligent Design. In dat boek verwerpt hij het laatste, en zoekt hij naar een weg om schepping en evolutie bij-een te denken. Hij doet dat door, om het in Dooyeweerdiaanse termen te zeggen, het idee uit te werken dat er ontwikkeling is aan zowel de subjects- als aan de wetszijde van de werkelijkheid. Een themanummer van Philosophia Reformata is aan dit boek gewijd.

Klapwijk was een veelgevraagd spreker op studentenconferenties. Veel van zijn lezingen zijn verschenen in Radix. Ook internationaal was hij actief. In Basel heeft hij series gastlezingen gegeven aan de Freie Evangelische Theologische Akademie, die ook in druk verschenen zijn onder de titels Philosophien im Widerstreit (1978) en Philosophische Kritik und göttliche Offenbaring (1986).

Klapwijk was een beminnelijk mens, vriendelijk, belangstellend, en onderzoekend. Hij kon vasthoudend zijn. Door dit alles heen was hij een gelovig en vroom mens. Hij heeft de strijd gestreden en het geloof behouden. Omgeven door de goede zorgen van zijn familie, is hij in alle vrede heengegaan op 19 maart 2021.